I do writing

&

Het is maar geld – Robin

ROBIN 

 

Met een handige beweging trok ik het lipje van het bierblikje. De eerste slok was altijd het lekkerste, koud en bitter. Ik ging achterover zitten en hief mijn blikje op naar Richard. ´Proost!´ Even zweefden de blikjes in de lucht, klonken tegen elkaar en het vocht droop over mijn duim en wijsvinger. ´De enige miljonairs in deze straat,´ lachte ik. 

Richard grijnsde maar hij beantwoordde mijn lach niet helemaal. Hij wilde vast bescheiden overkomen maar ik wist zeker dat hij hetzelfde dacht. Wij twee waren de loterijwinnaars en de rest van de straat had verloren, zo was het nou eenmaal. Wanneer de ´Grote Straatprijs´ op een straat valt, dan wordt het bedrag verdeeld onder de buren die een lot bezitten. In onze straat waren dat alleen Richard en Marina en ik. Ik had het lot niet eens zelf gekocht, maar gekregen van mijn moeder. ´Als je dan eindelijk die miljoen wint kan je op jezelf gaan wonen,´ zei ze tegen me. 

Mijn moeder maakte er vaak grapjes over. Ze zei altijd dat het hoog tijd was dat ik volwassen werd en een baan ging zoeken. Ze deed vaak alsof ze me beu was en klaagde over me tegen de buren. Toch vroeg ik me vaak af in hoeverre ze het écht meende. Zonder mij zou ze ook maar eenzaam zijn. Mijn vader was al heel lang dood en zonder mij zou ze dan alleen in dat grote huis moeten wonen. Ook al was hij er al heel lang niet meer toch moest ik vaak aan mijn vader denken, misschien wel elke dag. Wanneer ik aan hem dacht zag ik voor me hoe hij eruit zag toen hij al dood was. De huid in zijn nek was al blauw uitgeslagen, hij lag te wachten in bed totdat ik hem zou vinden. Gek genoeg herinnerde ik me hem bijna nooit als levend mens. Ik had geen idee hoe hij was toen hij praatte, rondliep of voetbalde.  

Vandaag kon ik alleen maar aan het geld denken. Geld was geen excuus meer om thuis te blijven wonen nu ik een miljoen euro in the pocket had. Alhoewel ik eigenlijk geen idee had hoeveel een leuk huisje tegenwoordig kostte, daar had ik me nooit in verdiept. 

De trekking van de Grote Straatprijs had ik bij Richard en Marina thuis gekeken. Mijn moeder had de uitnodiging afgeslagen.´Dat soort dingen winnen wij toch nooit,´ zei ze. Ik vroeg me af wat ze met ´wij´ bedoelde want het lot was van mij. Zou ze verwachten dat ik het geld met haar deelde? Het loterijlot was een cadeau van haar aan mij en eens gegeven blijft gegeven. Al betwijfelde ik of ze echt zo dacht. Ik kon me niet voorstellen dat ze me het geld niet gunde. Bovendien, waar zou zij nou extra cash voor nodig hebben? 

Ik nam nog een koele slok en veegde het vocht van mijn kin. Mijn moeder was altijd de enige geweest die echt van me hield. Na de dood van mijn vader waren we nog maar met zijn tweetjes, mijn moeder en ik. Op school had ik weinig vriendjes. Mijn klasgenoten hadden me maar vreemd gevonden omdat ik nergens goed in was. Sporten vond ik weinig aan en ik kon het gewoon niet goed, voetballen was dus ook niet voor mij weggelegd. Wanneer we weer in de ochtenddauw stonden te bibberen op het sportveld tijdens de gymles, was ik in mijn hoofd bij wat er in mijn broodtrommel zat of wat ik na school in de supermarkt voor lekkers zou kopen. Bijzonder slim of getalenteerd was ik ook niet, dus ik paste ook niet tussen de nerds. Mijn uiterlijk week behoorlijk af van de standaard bij de populaire jongens. Door mijn liefde voor eten was ik altijd te dik geweest en mijn flaporen en permanente rode hangwangen werd door niemand als aantrekkelijk gezien. 

Op de middelbare school werd pas écht duidelijk dat ik nergens bij hoorde. Zolang ik mijn mond hield werd ik getolereerd door mijn klasgenoten, maar meer ook niet. De enige bij wie ik echt altijd terecht kon was bij mijn moeder. Zij probeerde me te motiveren om iets van het leven te maken, ondanks de tegenslagen. Toch lukte het me niet om mijn diploma te halen. De gedachte om naar school te moeten benauwde me steeds meer. De blikken van mijn klasgenoten maakten me onzeker en ik begon steeds meer achter te lopen met huiswerk. Het voelde of ik alleen maar aangestaard werd en op een gegeven moment wist ik niet meer of ik me dat nu verbeeldde of dat het echt was. Als ik thuis kwam gooide ik steeds vaker mijn rugtas in de gang en keek er niet meer naar tot de volgende ochtend. 

Op mijn zestiende kreeg ik een tweedehands scooter, waardoor ik in ieder geval niet meer dagelijks de zes kilometer hoefde te fietsen. Het hielp weinig, integendeel. De scooter maakte het makkelijker om via de MacDonalds of de supermarkt te rijden. Bij gebrek aan vriendschap was eten een goede vervanging. Na school haalde ik een Big Mac met friet of reed ik langs de snackbar voor een broodje kroket. Thuis had ik nog een hele bureaula vol met winegums, chocola en lekkere koeken. Op een rotdag kon die la in één keer leeg gaan. ´s Nachts werd ik vaak wakker van nachtmerries over mijn dode vader, een beeld dat me al jarenlang achtervolgde. Dan was ik weer vier jaar en was ons huis nog zo groot als kasteel. Ik kon mijn vader niet vinden, mijn moeder was net vertrokken naar de supermarkt. Ze had me over mijn bol geaaid en zei dat ze zo weer terug zou zijn. Mijn vader was boven in de slaapkamer en ik wilde hem halen om samen met de auto´s te spelen. Tree voor tree stommelde ik de trap op om eenmaal boven de zware deur open te duwen. In mijn dromen zag ik weer de verfrommelde lakens op het bed en de witte hand met dikke blauwe aderen die over de rand viel. De enige manier om na zo´n nachtmerrie weer in slaap te vallen was door mijn buik vol te eten en in een voedsel coma te belanden. 

Mijn cijfers gingen drastisch omlaag en mijn gewicht flink omhoog. Na een aantal gesprekken op school, besloten mijn moeder en ik dat het beter zou zijn om voorlopig thuis te blijven en het eindexamen uit te stellen. Ik was opgelucht om het mijnenveld van de middelbare school achter me te laten. Nu ik niet naar school hoefde had ik alle tijd om te gamen. Video games had ik altijd al geweldig gevonden maar en kon ik er helemaal in opgaan. Als ik ergens talent voor had was het voor gamen. Regelmatig kwam mijn moeder bij me op mijn kamer zitten als ik aan het spelen was. Ook al snapte ze er niet veel van, toch hield ze me gezelschap en dat vond ik fijn. Natuurlijk zei ze regelmatig dat ik een baan moest zoeken. Maar zonder diploma was dat moeilijk. En in mijn nachtmerries waren mijn collega´s nog veel erger dan klasgenoten. De uitkering die ik kreeg was genoeg om van te leven en op mijn kamer voelde ik me veilig. Mijn moeder kwam er steeds minder vaak op terug en uiteindelijk hadden we het er niet meer over.

Ze was zich vreemd begonnen te gedragen vanaf het moment dat bekend werd dat de prijs van de loterij in onze straat gevallen was. Zou ze zich zorgen maken over wat ik met het geld zou doen? Mijn moeder begon steeds vaker te klagen over het feit dat ik blowde en regelmatig bier dronk. Natuurlijk zou ik daar niet het hele bedrag aan uitgeven. Als ik van een afstandje naar mezelf bekeek, kon ik me haar zorgen wel voorstellen. Ik was nou niet het plaatje van een voorbeeldige en financieel wijze zoon, ik moest toegeven dat ik nooit goed had nagedacht over geldzaken. Ik moest goed nadenken over de besteding van mijn geldprijs. 

Al zaten we samen regelmatig op de bank te dagdromen over wat we zouden doen met al dat geld, mijn moeder wist niet dat ik grootste plannen had. Ik had het er wel eens over gehad met Jolien. Zij is één van de weinigen naast Richard die mij wel aardig leek te vinden. De ochtend nadat bekend was geworden dat onze straat de winnaar was van de ´Grote Straatprijs´ was ze langsgekomen om me te feliciteren. Nadat ze me drie kussen had gegeven, zei ze dat ik nu de kans had om anderen te helpen met zoveel geld in bezit. Zelf wist ik nog niet eens wat ik met het bedrag moest, laat staan dat ik er aan had gedacht om iemand anders te helpen. 

´Hoe bedoel je?´ 

Snel liet ze mijn schouder los. ´Nou er zijn natuurlijk mensen die in geldnood zitten en hulp zouden kunnen gebruiken. Of mensen die veel voor jou gedaan hebben en op deze manier kan je iets voor ze terug doen,´ opperde ze. 

Ik deed een stap naar achteren. ´Zoals mijn moeder bedoel je?´ Jolien glimlachte naar me maar ik had het gevoel dat ze ergens verdrietig over was. 

Toch zei ze opgewekt: ´Ja, bijvoorbeeld. Denk erover na wat je voor haar zou kunnen betekenen.´ 

Toen ik na afloop van haar bezoek mijn computer opstartte, dacht ik nog eens na over wat Jolien had gezegd. Mijn hart sloeg een slag over. Wat een goed idee! Dat zou anders niet in me opgekomen zijn. Ik zou gaan nadenken over wat ik kon doen voor mama, maar het moest een verrassing blijven. 

Een paar dagen later was ik bij Jolien langsgegaan. ´Kun je me helpen om iets moois voor mijn moeder te regelen? Ik zou een huis voor haar willen kopen, maar ik weet niet hoe dat werkt. Zelf wil ik niet verhuizen maar zij verdient een groot huis.´

´Natuurlijk,´ antwoordde Jolien en ze glimlachte naar me. Maar haar wangen waren vuurrood en het leek alsof ze ging huilen. 

´Gaat het wel goed?´ vroeg ik. 

Ze antwoordde dat het prima ging en wenkte me om binnen te komen zodat we verder konden nadenken over mijn idee. 

En nu was het tijd om het buurtfeest officieel te openen. Jolien klom het podium op om haar toespraak te houden als voorzitter van de feestcommissie. Even keek ze onzeker naar de microfoon in haar hand en hield die voorzichtig voor haar mond alsof ze bang was dat het instrument haar stem zou stelen. 

´Goedenavond allemaal, welkom bij ons jaarlijkse straatfeest. Het is een traditie die we met trots in ere houden…´

Jolien´s stem klonk anders dan normaal. Formeler. Wanneer ze met mij praatte klonk ze veel liever en zachter. Ik luisterde niet echt naar wat ze nog meer zei. Mijn gedachten dwaalden af naar het huis dat ik voor mama wilde kopen. Het moest een vrijstaand huis zijn met een grote keuken waar ze alles in kon koken op zo’n groot fornuis zoals in de reclames. Terwijl ik een beetje onderuit schoof op het bankje kwam Richard naast me staan. Hij opende een tweede biertje en gaf het aan me. ´Op een mooie toekomst,´ zei ik. 

Richard knikte peinzend. ´Dit verandert wel alles, dat weet je.´ 

Verbaasd keek ik naar op, ´hoe bedoel je?´ 

´Geld verandert alles Robin. Je vrienden worden jaloers. Of mensen gaan extra aardig doen omdat ze iets van je willen.´ 

´Ik heb toch geen vrienden en ken maar weinig mensen. Voor mij gaat er weinig veranderen,´ antwoordde ik. ´Merk jij daar dan al iets van?´ 

Richard knikte. ´Ja, echt wel. Zelfs mijn beste vriend doet anders tegen me sinds hij weet dat ik het geld heb gewonnen.´ 

´Dat is jammer. Het zou niets uit moeten maken.´ 

Richard kwam naast me zitten en deed de bovenste knoop van zijn blouse open. Een paar korte donkere haartjes krulden er boven uit. ´Klopt maar dat doet het wel. Nou ja, we gaan toch verhuizen.´ 

´Wat vindt Marina van de geldprijs?´ vroeg ik. 

´Natuurlijk is ze er blij mee, maar zij was tevreden met wat we al hadden. Ze is niet echt iemand die op geld belust is. Uiteindelijk ben ik degene zijn die het meeste gaat uitgeven.´

We lachten en dronken het bier met grote slokken. Ik voelde me onoverwinnelijk. 

´En wanneer gaan we samen stappen om het te vieren?´ vroeg Richard grijnzend. ´We moeten een leuk meisje voor je vinden.´

Ik sloeg hem op zijn schouder maar het ging niet van harte. Misschien dat ik nu als miljonair iets beter bij de meisjes in de smaak zou vallen maar dat kon ik me nauwelijks voorstellen. Eén keer mijn leven was ik verliefd geweest. Ze heette Marjolein en zat bij me in de klas in 3 VMBO. Ze had lange bruine krullen die bijna tot haar billen reikten. Elke les ging ik expres achter haar zitten zodat ik kon staren naar die pijpenkrullen die op haar rug dansten. Ze had groene ogen die me soms per ongeluk aankeken. Maar ze zag me nooit. Haar ogen registreerden misschien mijn dikke verschijning maar het viel haar niet op. In haar wereld bestond ik niet. Ze had al een vriend, Rick, hij was de populairste jongen van mijn school. Ik haatte Rick intens omdat hij Marjolein´s hand mocht vasthouden maar ook omdat hij me een jaar eerder midden in de kantine had laten struikelen. De lachsalvo´s achtervolgden me nog elke nacht in mijn dromen. Eén keer had ik geprobeerd met Marjolein te praten. Ik tikte haar op de rug en ze draaide zich om. Aan de manier waarop ze zich omdraaide zag ik dat ze het met tegenzin deed, langzaam en zuchtend. 

´Heb je een gum die ik kan lenen?´

Ze schudde alleen haar hoofd en draaide zich weer om. Ze had me niet eens aangekeken, haar ogen op de grond gericht alsof ik het niet waard was. Sindsdien nam ik me voor dat ik niet te veel aandacht zou schenken aan vrouwen en bij de gedachte aan een kroeg vol met vijandige meiden draaide mijn maag om. We voegden ons bij de vrouwen aan de picknicktafel en weer proostten we op het heugelijke nieuws zodat we het niet meer over meisjes hoefden te hebben. 

Mijn moeder keek me argwanend aan. ´Het hoeveelste biertje is dat? Je ziet er dronken uit,´ zei ze vanaf de andere kant van de picknicktafel. 

Ik haalde mijn schouders op en antwoordde niet. Ik was oud genoeg om te kunnen drinken wat ik wilde en had bovendien een goede reden om dronken te worden. Achter ons nam het feest nu serieuze vormen aan. De band beklom het podium en begon te zingen. Hun specialiteit waren Hollandse meezingers, ik hield ervan. Inmiddels hadden alle buurtbewoners het eten op de tafels gezet. De volwassenen schepten hun borden vol en schonken hun glazen nog eens bij. De kinderen renden rond en speelden tikkertje met het geluid van de band op de achtergrond. In de schemering begonnen de kerstlichtjes om de lantaarnpalen een warm licht te schijnen. 

Zo moest het zijn om je écht gelukkig te voelen. Ik ademde diep in en uit. Geen veroordelende blikken van mensen om me heen, geen vragen waar ik het antwoord niet op wist, niemand die iets van me wilde. Dit was mijn groep mensen, hier hoorde ik bij. Mijn moeder en de buren.  En nu was ik rijk, ook dat gaf een heerlijk gevoel.  

Mijn moeder kwam naast me staan en legde een hand op mijn arm. ´We moeten praten,´ zei ze zacht. ´Okay,´ antwoordde ik en wachtte totdat ze verder ging. ´Het geld dat je gewonnen hebt. Wat ga je daarmee doen? Misschien kan ik je helpen om daar wijze beslissingen over te maken. Ik heb tenslotte het lot voor je gekocht.´ 

Ik legde een arm om haar schouders. ´Dat is heel lief van je ma maar dat is niet nodig. Het komt allemaal goed maak je niet zo druk. Ik ben nu een miljonair, er kan nog weinig mis gaan met me.´

Eigenlijk wilde ik niets liever dan vertellen over de plannen die ik samen met Jolien aan het maken was. De week ervoor hadden we al een paar huizen bekeken en eentje had de perfecte keuken. Toch zei ik niks want het moest echt een verrassing blijven. Zelf wist ik ook wel dat ik geen makkelijke zoon voor haar was geweest en dat mijn moeder het zwaar had gehad toen ik klein was. Voor één keertje wilde ik het goede doen. Mijn moeder leek niet te weten wat ze daarop moest zeggen. Het leek alsof ze op het punt stond om te gaan huilen maar ze slikte haar tranen in en glimlachte geforceerd. ´Wil je een biertje?´ vroeg ze en ik knikte dankbaar. 

Terwijl ze ons huis binnenliep keek ik haar na en vroeg me af waarom mijn moeder verdrietig was. Lag het aan mij of was er meer aan de hand? Ze was altijd een beetje een mysterie voor me geweest. Ze praatte graag over mij en mijn leven maar wilde nooit echt iets vertellen over zichzelf. Als ik haar vroeg om iets te vertellen over haar en mijn vader schudde ze altijd haar hoofd. ´Het is te lang geleden, lieverd. Er valt niet zoveel te vertellen.´

Meer wilde ze nooit zeggen. Toch wist ik bijna zeker dat ze tegen me loog want het was onmogelijk dat ze zich niets meer van mijn vader herinnerde. Je wiste toch niet zomaar het bestaan van iemand uit? Maar bij mijn vader leek dat wel het geval. Foto´s van hem waren er niet en mijn moeder had geen één verhaal van mijn vader waar we beiden in voorkomen. Al mijn hele leven probeerde ik van dat beeld af te komen van hem in bed, de grote witte handen en de witte sportschoenen die hij nog aan had. Als vierjarige had ik het vreemd gevonden dat hij met schoenen aan in bed lag. Ik mocht dat nooit van mijn moeder. Door de jaren heen had ik geprobeerd aan mijn moeder te vragen waarom hij die dag zelfmoord had gepleegd maar ze wilde er nooit iets over zeggen. ´Je herinnert je niet hoe je vader was, hij kon het leven niet aan. Dat is niet zijn schuld, of de onze.´

Ik snapte nooit waarom ze dat altijd zei, dat het niet onze schuld was. Toentertijd was ik vier jaar oud en herinnerde me er weinig van dus natuurlijk was het niet mijn schuld. Waarom benadrukte ze dat altijd? Ik zou zo graag iets over hem willen weten van toen hij nog leefde zodat zijn dood me niet meer zo achtervolgde. Wat zijn favoriete kleur of eten was, naar welke TV-series hij keek en of hij van voetbal hield. In hoeverre leek ik op hem? Vanavond draaide het om mij en mijn prijs, ik wilde nu niet aan mijn vader denken maar vooral genieten van de plannen die ik voor de toekomst had bedacht. De zon zakte boven de Kompasstraat en het volume van de muziek ging omhoog. We aten aan de lange picknicktafel, dronken, lachten en sommigen stonden op om te dansen. Ik zei tegen Jolien dat haar toespraak heel goed was en dankbaar glimlachte ze naar me. Het voelde goed dat ik iemand kon laten glimlachen.  

Jolien stak haar hand naar me uit en zei dat ze met me wilde dansen. ´Echt niet! Ik kan helemaal niet dansen! Kijk naar me, zie ik er uit als iemand die danst?´´Doe niet zo moeilijk en dans met me,´ antwoordde Jolien lachend. Ik voelde me verloren in de menigte voor het podium en staarde naar de grond om de afkeurende blikken van anderen te vermijden. Ik wist zeker dat iedereen dacht dat ik veel te dik was om te dansen. ´Hey! Kom op, kijk me aan en volg me,´ zei Jolien.

Ik negeerde de mensen om me heen en volgde de voeten van Jolien die heen en weer stapten en haar heupen die zachtjes op het ritme wiegden. Ze maakte gekke gezichten en ik begon me te ontspannen. We draaiden een rondje en ik zag dat er niemand was die aandacht aan ons besteedde. We gooiden onze armen in de lucht en draaiden rondje na rondje. We zongen stuk voor stuk luidkeels mee met de Hollandse liedjes terwijl Richard een arm om me heen sloeg. 

De stenen onder mijn voeten maakten golfbewegingen, als een rollende golf in de branding. De alcohol had zich vermengd met mijn bloed. Mijn lichaam ademde het in en uit en de wereld begon te draaien. Juist omdat ik gewend was om te drinken, was ik niet vaak dronken maar nu herkende ik het gevoel. Misschien was de euforie van de avond naar mijn hoofd gestegen want heel veel meer dan normaal had ik niet gedronken. Ik zocht de picknicktafel om aan te gaan zitten en wilde mijn hoofd erop leggen om te slapen. Het draaien hield maar niet op en ik werd verblind door het zwart dat zich voor mijn wimpers schoof. Ik wilde opstaan en om hulp vragen maar het lukte niet. De wereld was nu ondersteboven en ik voelde mezelf achterover vallen. Ik wilde mijn armen uitstrekken om de val te breken maar dat lukte niet. Mijn hoofd klapt hard op de grijze stenen. Om me heen hoorde ik mensen roepen maar ik kon niet meer antwoorden. Langzaam dreef ik weg. Ik wilde glimlachen en zeggen dat het okay was, vanavond was ik gelukkig en dat telde natuurlijk. Maar ik kon niets meer zeggen, alles hield hier op.