I do writing

&

De ramp

 

De laatste jaren is stilte een trouwe vriend van me geworden. Het is er bijna altijd en vandaag vergezelt het me terwijl ik in de tuin werk. Ik wied onkruid en pluk tomaten in stilte. Terwijl de vogels zingen en soms de wind in mijn oren giert is het stil in mijn hoofd. Mijn lichaam doet het werk dat het moet doen maar mijn hoofd rust uit. 

Stilte is iets dat je moet leren. Voor mij is het witte meer de truc. Toen ik eenmaal doorkreeg hoe ik mijn geest het witte meer in kon laten duiken vond ik stilte. Elk detail van dat meer ken ik. Het melkachtige water, de bubbeltjes in mijn oren als ik onderduik en de groene alg op de bodem. Ik ken het daar zo goed dat ik ophoud te bestaan en één wordt met het witte meer. Voor even dan. Soms een paar minuten, soms een uur. 

De stilte helpt me te overleven. Als het leven je een obstakel voor de voeten werpt dan moet je daar overheen zien te komen. Dat heb ik geleerd van Ozzy. Hij zei tegen me dat ik een manier moest vinden om ermee om te gaan. We kenden elkaar nauwelijks en zaten op het strand naar de ondergaande zon te kijken. Oswald was mijn redding toen ik alles verloren had en overnieuw moest beginnen. Ooit was ik een doorsnee twintiger vol met verwachtingen en dromen. Ik leefde met het gevoel dat alles altijd goed zou komen. En toen gebeurde de Ramp. 

 

Toen het nieuws zich over de hele wereld verspreidde zat ik in een bar. Het was vier ´s middags en het koude bittere bier was goddelijk. Het zou de laatste keer zijn dat bier zo goed smaakte. Het uitzicht op dat moment is voor altijd in mijn geheugen gegrift gebleven; een strook wit strand, wuivende palmbomen, spelende kinderen in de branding. De ironie was dat ik op dat moment perfect gelukkig was. Juist toen alles in de wereld uit elkaar viel, een heel continent weggevaagd werd en alles voor altijd veranderde, was ik gelukkig. Even was het stil om mij heen en dacht ik nergens aan. Ik genoot van het moment, meer niet. Toen was het voor altijd voorbij. 

Mijn telefoon en die van iedereen om mij heen begonnen tegelijkertijd te trillen. Breaking news, dat zag ik ook op het TV scherm boven de bar terwijl de barman het geluid harder zette. Ik geloofde het eerst niet. Terwijl mensen om mij heen in tranen uitbarsten, sommigen het uitschreeuwden van schrik, was ik één van de velen die naar het scherm staarde en er niets van geloofde. Slecht nieuws slaat bij sommigen in als een bom en bij anderen dringt het maar langzaam door. 

De Ramp zou het vanaf toen genoemd worden. Was het een kwestie van pech hebben of  was het puur toeval dat zoveel factoren bij elkaar kwamen en de Ramp veroorzaakten? Of had het zo moeten zijn? Misschien was het de aarde die ons een signaal gaf. Vertelde zij ons dat ze er genoeg van had hoe wij haar behandelden? Het moest afgelopen zijn met ons, daar zou Moeder aarde wel voor zorgen. Dat was tenminste wat de meesten geloofden. De aarde had zich op ons gewroken. De enige oplossing was nu om te luisteren naar haar en haar beter te behandelen. Terug naar vroeger, de pre moderne tijd, dat was het antwoord. 

De Ramp was een zeebeving die een vloedgolf veroorzaakte met een hoogte van bijbelse proporties. Zo hoog, dat had nog nooit iemand gezien. De kilometers lange muur van water vernietigde hele kustlijnen op verschillende plekken op het continent. Het water verzwolg het vasteland erachter en de kracht van het water vernietigde meerdere kernreactoren. De explosies vaagden hele steden weg en het gif dat vrij kwam deed de rest stikken. Van de ene op de andere dag bestond het Amerikaanse continent niet meer. Het was een ramp van ontluisterende omvang.  

 

Elke dag denk ik aan dat moment in die bar. Aan dat laatste biertje en de rust in mijn hoofd. De gekte die daarna kwam. Het waren mijn laatste secondes van onschuld die zonder dat ik het doorhad weg tikten. Daarna zou alles anders zijn. Het is alweer jaren geleden en toch herinner ik me nog elk detail van dat moment. Het witte t-shirt dat ik aanhad met rode letters. De groene korte broek en mijn roze slippers. Ik was altijd gek op kleuren. Sindsdien draag ik alleen nog maar grijstinten. Ik herinner me hoe ik in het WC hokje naar mijn eigen spiegelbeeld keek en mezelf toestond alle emoties van dat moment door te maken. Angst, voor de toekomst, voor wat dit betekende voor mij en voor de wereld. Een verlangen om een grote fles champagne te bestellen. Want wat had je nog aan geld als het einde van de wereld zich aandiende? Eenzaamheid, ik verlangde naar huis. Naar mijn familie en vertrouwde omgeving en alles wat ik kende. Wat deed ik hier eigenlijk, alleen aan de andere kant van de wereld? 

Wat was ik toen nog onschuldig. Ik graaf diep met mijn handen in de donkere aarde. Een worm vlucht weg voor mijn roze vingers. Hoor ik iemand in de verte mijn naam roepen? Dat kan helemaal niet want Ozzy en ik zijn hier de enige twee mensen in de wijde omtrek. Maar ik hoor het weer. Het is de stem van mijn moeder, die herken ik uit duizenden. Hoe kan dat nou? Ik voel dat het witte meer aan me trekt, ik verlang naar die stilte. Maar dan hoor ik Ozzy naar me roepen dat het middageten klaar is. Gelukkig heb ik Ozzy, hij weerhoudt me ervan om voor altijd in het witte meer te verdwijnen. 

 

Ik was één van de vele backpackers in die bar. We waren allemaal naar Australië gekomen, op zoek naar iets. Het beloofde land was het. Met niet meer dan een rugzak en wat geld zochten we avontuur. Ik was pas een maand onderweg en nog lang niet van plan om naar huis te gaan. Ik was eenentwintig en nog nooit zo ver van huis geweest. Europa voelde als een sprookjesland dat ergens ver weg mijn jeugd bewaarde. En het zou er nog zijn wanneer ik maar wilde en terug zou gaan. Wat natuurlijk over ongeveer twee maanden was als ik aan mijn master internationaal recht aan de universiteit zou beginnen. Alles in mijn leven was al gepland maar voor een paar maanden wilde ik doen alsof dat niet zo was. Ik wilde vrijheid proeven voordat ik weer terug zou gaan naar mijn veilige leven. En toen ging alles mis. 

Die bewuste middag bracht ik net als iedereen door met het staren op mijn telefoonscherm, op zoek naar elk stukje nieuws dat deze surrealistische puzzel minder abstract zou maken. Ik belde en chatte met al mijn familie en vrienden thuis. Voor ons allemaal was de Ramp ver weg op een ander continent. 

Maar de volgende dag kwam het al dichterbij. Binnen 24 uur nadat het stof neerdwarrelde werden de gevolgen zichtbaar. De beelden van de ravage gingen de hele wereld over. Gefilmd door de paar overlevenden die nu zo ziek waren van alle straling dat ze binnen afzienbare tijd ook dood zouden gaan. Vage beelden waar vooral op te zien was dat er niets meer was dan puinhoop. De smeulende botten van de mensheid was het enige wat was overgebleven. Op één of andere manier was men het erover eens dat dit ons eigen schuld was. In elk land klonk de roep van mensen steeds sterker; we moesten stoppen met het misbruiken van de aarde. 

´s Ochtends zat ik in dezelfde bar terwijl ik mijn kater weg probeerde te eten met een groot ontbijt. De avond ervoor was geëindigd bij Daniel in bed. Ik, hij en nog een paar vrienden reisden al een week samen. Elke nacht eindigde ik meestal aangeschoten in zijn krappe bed op een slaapzaal in het hostel. Gister was het niet anders geweest. We hadden meer dan normaal gedronken. Het was een poging om voor even het nieuws te vergeten. Toen we die ochtend katerig en chagrijnig wakker werden duurde het een paar seconden voordat ik weer wist waarom er iets knaagde. Waarom was ik niet blij om wakker te worden? De Ramp, schoot het door mijn hoofd. Zou het echt gebeurd zijn? Terwijl Daniel en ik de eieren met spek naar binnen werkten hoorden we mensen op TV zeggen dat het anders moest, we moesten een andere manier van leven aannemen. 

´Wat stelt u dan voor?´ vroeg de journalist aan een toevallige voorbijganger op straat. 

´Nou gewoon, we moeten stoppen met vervuilen en vanaf nu extreme maatregelen nemen. Geen plastic meer gebruiken bijvoorbeeld, geen auto meer rijden en al helemaal geen vliegtuigen meer. En we weten allemaal dat het internet hele slechte gevolgen heeft. De straling veroorzaakt kanker, dus weg ermee. We moeten terug naar een tijdperk van vóór al die uitvindingen.´ 

Daniel schudde zijn hoofd en zei: ´die gast heeft geen idee hoe de wereld in elkaar zit. Je kan niet zomaar alles van de ene op de andere dag stop zetten.´ Ik glimlachte naar hem maar zei niets. Had de man op de TV niet een beetje gelijk? We bewonderden de natuur altijd maar deden niets om die te verzorgen. Ik was zelfs de halve wereld over gereisd om hier de witte stranden te zien en in de woestijn te slapen. 

´Heb je zin in onze trip?´ vroeg Daniel me en weer glimlachte ik zonder iets te zeggen. 

Op een uur rijden wachtte een klein bootje op ons. Die zou ons brengen naar een onbewoond eiland waar we een week lang zouden gaan snorkelen. Ik had met het reisbureau gebeld en gevraagd of het nog wel doorging. Onze gids was verbaasd. Waarom zou het niet door gaan? De Ramp had niets met dit land te maken, het was ver weg gebeurd. Even twijfelde ik maar toen niemand van mijn vrienden zich echt zorgen leek te maken besloot ik me niet zo aan te stellen. Ik negeerde het berichtje van mijn moeder toen ze zei dat ik zo snel mogelijk naar huis moest komen. ´Ik heb hier een naar voorgevoel over lieverd, kom naar huis,´ schreef ze. Maar wat kon er misgaan? Was niet alles al fout gegaan? Een heel continent was verdwenen maar wij leefden aan deze kant van de wereld nog. Ik kon er beter nog even van genieten, zo lang het duurde. 

 

We wonen in een klein huisje maar het heeft alles wat Ozzy en ik nodig hebben. Behalve de elektriciteit herinnert ons huis in niets aan de moderne tijd waar we in leven. Het had net zo goed in 1700 gebouwd kunnen zijn. Het belangrijkste aan dit huis is het stuk grond eromheen waar we onze eigen groente verbouwen en twee koeien, een paar kippen en drie geiten verzorgen. We leven hier zonder iets of iemand nodig te hebben. Mijn favoriete deel van het huis is het uitzicht. In de verre omtrek is er niets te zien dan vlakte. Zo ver als je kunt kijken is er geen gebouw te zien, alleen maar groen gras. Ik hou ervan en het helpt bij de illusie dat we zelf hebben gekozen voor deze eenzaamheid. Dan vergeet ik bijna dat we niet de enige mensen op aarde zijn. 

Ozzy kijkt me onderzoekend aan als ik ga zitten en verdwaasd naar hem glimlach. ´Zit je weer te dromen liefje?´ Ik haal mijn schouders op en antwoord niet. Ozzy is mijn grote liefde. Hij snapt alles van me, weet precies wat er in me omgaat. Maar dat betekent nog niet dat hij me heel kan maken. Het gat dat er is zal er altijd blijven, dat vind hij soms moeilijk om te accepteren. ´Ik zal je nooit helemaal hebben, een deel van jou blijft altijd verborgen,´ zegt hij vaak tegen me als hij gefrustreerd is over de weinige woorden die ik spreek en de afwezigheid van mijn geest. Ik weet niet zo goed wat ik daarop moet antwoorden. Het is ook niet alsof ik het expres doe. Niemand kiest ervoor om gebroken te zijn, het overkomt je. ´Vertrouw hem niet,´ hoor ik iemand achter me fluisteren. Het is weer mijn moeder´s stem. Ze is hier niet natuurlijk maar ze denkt vast aan me. Dat kan niet anders, moeders denken altijd aan hun kinderen. Wat wil ze me duidelijk maken met haar gefluister? 

 

Onze trip naar het onbewoonde eiland werd een week die ik nooit meer zou vergeten. We waren met een groepje van tien mensen, vrienden die ik de afgelopen tijd had gemaakt. Elke avond zaten we samen rondom een kampvuur voordat we naar onze tentjes op het strand gingen. Ik sliep elke nacht naast Daniel en vroeg me soms af of ik misschien een beetje verliefd was. Overdag snorkelen en doken we. De onderwaterwereld was zo mooi dat ik geen moment dacht aan de Ramp. Onze telefoons deden het hier toch niet, er waren geen zendmasten. Soms hadden we het er even over maar na een paar dagen vergaten we het ook weer. Er was zoveel moois in het leven, waarom praten over de nare dingen? We dronken elke avond wijn en lachten om elkaars grappen en verhalen die we vertelden. Na een week gingen we terug naar het vasteland. Bruin, uitgerust, opgewonden over wat we nog meer zouden gaan zien. 

De eerste die iets door had was onze gids. Toen we op de bus stonden te wachten en die niet kwam opdagen probeerde hij het reisbureau te bellen. Waar bleven ze? Maar zijn telefoon deed het niet. Hij vroeg of hij er eentje kon lenen van ons en allemaal zochten we naar onze mobieltjes. Geen één deed het. We staarden naar de lege schermpjes en toen pas hoorde ik het. ´Horen jullie dat?´ vroeg ik aan de rest. 

´Wat?´ ze keken me verbaasd aan. 

´Precies, er is niets. Het is hier doodstil.´ Ik keek om me heen. De haven en het aangrenzende centrum was altijd druk. Maar nu was er niets. Er was geen auto te bekennen. 

We hadden geen andere keuze dan te gaan lopen. Het dichtstbijzijnde dorp was zeker twee uur lopen en al die tijd kwamen we geen levend wezen of auto tegen. Uitgeput en geïrriteerd streken we neer op een terrasje. Onze gids ging naar binnen om een telefoon te lenen. Ongerust keek ik Daniel aan. ´Wat als die man op de TV gelijk had en ze hebben besloten om alles stop te zetten?´ vroeg ik hem. 

´Welke man?´ 

´Die we die ochtend op de TV zagen zeggen dat de Ramp komt door alle moderne dingen die we gebruiken. Hij noemde het internet en vliegtuigen.´

´Maar dat was maar één mening op straat. En dat is pas een week geleden. Zo snel gaan dat soort beslissingen echt niet,´ probeerde Daniel me gerust te stellen. 

Ik dacht aan mijn moeder en haar bange toon. Was haar voorgevoel juist geweest? 

De gids zag er ongerust uit. ´We slapen hier vannacht, deze bar is ook een hostel. Morgen kunnen we verder lopen, het is nu te laat om de laatste twee uur terug te lopen.´ Hij zweette en streek verstrooid door zijn haar. 

´Wat is er aan de hand?´ vroeg ik hem. 

Hij ontweek onze vragende ogen en staarde naar de grond. ´Ik snap het zelf nog niet helemaal maar mijn baas zegt dat er veel gebeurd is in de week die we weg zijn geweest.´

´Wat bedoelt hij daarmee?´  Daniel keek hem achterdochtig aan. 

´Volgens hem komt de Ramp door het internet en de vervuiling in de wereld. Om erger te voorkomen is alles wat vervuilt stilgelegd. Daarom zijn er geen auto´s.´

´En onze telefoons?´ 

´Ook te vervuilend. Het materiaal voor de chip ofzo geloof ik. In ieder geval is het mobiele netwerk uit de lucht gehaald.´

´Tot wanneer?´ 

De gids haalde zijn schouders op en streek weer door zijn haar. ´Ik weet het niet precies.´ 

De tranen sprongen in mijn ogen zonder dat ik het zelf doorhad. ´Heeft hij ook iets over vliegtuigen gezegd?´ vroeg ik met trillende stem. 

De wereld begon om me heen te draaien toen de gids knikte. ´Vliegtuigen zijn vanaf nu verboden. En onze president heeft de grenzen gesloten, niemand mag er meer in of uit.´ 

 

De woorden galmen nog steeds door mijn hoofd ook al is het alweer jaren geleden sinds ik ze hoorde. Meestal hoor ik ze net voordat ik bijna in slaap val. Dan schrik ik weer wakker en weet ik het weer. Dat was het moment dat de waarheid op tafel lag ook al probeerde ik het toen nog te ontkennen. 

Eerst dachten we dat het maar voor even zou zijn. Misschien een paar maanden zei Daniel optimistisch. De wereld kon niet van de ene op de andere dag veranderen. We gingen terug naar het hostel en pakten onze spullen bij elkaar. We besloten de trein naar onze volgende bestemming te nemen zoals gepland. Maar niets was meer hetzelfde. Toen ik na een paar dagen mijn moeder te pakken kon krijgen via een vaste telefoon barsten zij en ik in tranen uit. 

´Mam, ik wil naar huis!´ 

´Kom alsjeblieft naar huis!´ smeekte ze. 

´Maar ik weet niet hoe!´

Na vijf minuten hingen we op. De kosten van ons gesprek waren zo hoog dat ik weer in tranen uitbarstte. ´Gaan er geen boten ofzo?´ vroeg ik wanhopig aan Daniel. ´Net als vroeger.´ 

Hij schudde zijn hoofd. ´De grenzen zijn dicht. Voorlopig gaan we niet naar huis.´ 

 

Ik lig op bed met mijn ogen gesloten. Ozzy ligt naast me te snurken. Elke dag leven we volgens dezelfde routine en na de lunch slapen we altijd een uurtje om te compenseren dat we ´s ochtends vroeg moeten opstaan om voor de dieren te zorgen. Meestal val ik makkelijk in slaap. Zolang ik me in het witte meer bevindt kan de slaap me mee dragen. Maar vandaag lukt het niet. Ik ben afgeleid door wat er in mijn buik gebeurt. Een zacht bewegen, nog nauwelijks menselijk. Een klein buikje is er pas te zien maar alles voelt al anders. Het geborrel diep vanbinnen leidt me af. Het is moeilijk om me te concentreren op de realiteit om me heen. Nu meer dan ooit trekt het wezentje in mijn buik me mee in een droomwereld waar de Ramp helemaal nooit gebeurd is. Soms vraag ik me af wat ik mijn kind zal vertellen. Zou het makkelijker zijn om niets te zeggen en te doen alsof de wereld er altijd zo uit heeft gezien? Maar ik verlang naar iemand om mee te praten. Om aan te vertellen wie mijn familie is en waar ik vandaan kom. Mijn kind moet weten dat er buiten ons huisje en de groene vlakte nog een hele wereld is. Zelfs als we die niet kunnen zien. Ozzy zal het er wel niet mee eens zijn. Hij vindt dat we niet om moeten kijken, vooruit kijken is de enige optie. Wat voor nut heeft het om stil te staan bij wat was? Hij heeft natuurlijk gelijk maar soms heb ik het gevoel dat de herinneringen me overspoelen en verdrinken. Misschien zouden ze minder zwaar wegen als ik ze met iemand kon delen. Wat zal mijn kind vinden van de wereld waar hij in geboren wordt? Ik probeer me voor te stellen hoe het kindje binnen in mij eruit ziet maar het lukt niet, het is te abstract. ´Breng je kind naar huis,´ hoor ik dan. De stem is nu luid en duidelijk aanwezig. Ik ben de enige die het hoort want Ozzy wordt er niet wakker van. Blijkbaar heeft hij het niet gehoord. 

 

Pas na een half jaar gaf ik de hoop op. Ik zou nooit meer naar huis gaan. De wereld had besloten dat we terug in de tijd zouden gaan. Geen enkel modern ding dat potentieel gevaarlijk was voor de natuur mocht gebruikt worden. De klok was teruggedraaid zonder dat ik er invloed op had. Bij welke ambassade of consulaat ik ook aanklopte, het antwoord was hetzelfde: ik had mijn kans op een uitweg gemist. Toen wij dansten om een kampvuur op een onbewoond eiland werden alle toeristen teruggebracht naar hun land. Toen wij uren achter elkaar doken en wijn dronken kon iedereen zijn laatste facetime gesprekken voeren. Wisten wij veel, de wereld was veranderd en er was niets meer aan te doen. Na een half jaar was ook mijn geld op. Mijn reis was in een klein stadje vlakbij Perth geëindigd waar ik dagenlang door de straten dwaalde en de lege uren weg dronk met sterke drank. Mijn moeder sprak ik elke week een paar minuten. Het was duur om haar te bellen maar ik leefde elke week toe naar die paar minuten dat ik haar stem kon horen. Als ik haar in mijn oren hoorde kreeg ik weer vertrouwen in de wereld. Mijn moeder stelde me altijd gerust met haar kalme stem en praktische vragen. Ze stuurde elke maand een brief naar het hostel waar ik en Daniel logeerden. Ze schreef over niets belangrijks, alledaagse dingen die ik me kon voorstellen als ik mijn ogen sloot. Ze vertelde me dat ze leerde paardrijden nu er geen auto´s meer waren. En dat mijn zusje was begonnen met ballet. Zij en mijn broertje pasten zich zonder al te veel problemen aan een nieuw leven aan. Ze vertelde me dat ik moest volhouden, ik kon niet opgeven. De dag dat ik daar weg zou kunnen gaan zou aanbreken, dat wist ze zeker. Ze zou op me wachten ook al zou het nog jaren duren. Ik bewaarde alle brieven in mijn koffer en las ze over en over als ik het moeilijk had en de heimwee ondraaglijk was. 

De meeste van mijn backpack vrienden verloor ik uit het oog in die maanden. Eén voor één accepteerden ze hun lot zoveel beter dan dat ik deed. Ze zochten een baan, ontmoetten iemand en werden verliefd of kochten een huis van hun laatste geld. Daniel en ik bleven over. Wij leefden door alsof er niets veranderd was. We lagen op het strand, bestelden cocktail na cocktail en praatten over alle avonturen die we hadden beleefd en nog zouden gaan meemaken. We deden alsof de wereld tijdelijk gek was geworden en dat we alleen maar geduldig hoefden af te wachten totdat deze nachtmerrie voorbij was. We maakten grapjes over de burgerlijkheid van anderen en beloofden elkaar dat wij onze dromen nooit zouden opgeven. Daniel was de eerste van ons twee die ons toneelspel opgaf. Op een ochtend had hij zijn spullen bij elkaar gepakt. ´Ik kan het niet meer aan om in een hostel te leven,´ zei hij. ´We kunnen niet voor eeuwig doen alsof er niets veranderd is.´ Hij had een huis gehuurd en een baan in een winkel gevonden. ´Ga met me mee, wat moet je nog hier in je eentje? We kunnen er samen iets van maken.´ Zijn smekende ogen overtuigden me bijna maar toch schudde ik mijn hoofd. ´Ik geef mijn dromen niet op Daniel, nooit.´ Ik had al lang geen idee meer wat die dromen waren maar ik had mijn moeder beloofd om niet op te geven. Ik draaide me om en liep weg zonder afscheid te nemen. 

Zonder geld en helemaal alleen was het strand nog mijn enige thuis. Twee dagen sliep ik er terwijl mijn laatste centen op gingen aan eten en drinken. Achteraf gezien weet ik niet precies meer wat ik dacht. Waarom liet ik alles over me heen komen zonder een poging te doen er iets van te maken? Waarom kon ik mijn lot niet accepteren? Het was tijd om mezelf van een armoedige dood te redden. Maar ik deed niets. Ik zat op het strand en staarde naar de rollende golven. Ik sliep ´s middags onder een palmboom en liep doelloos door de branding. Ik deed helemaal niets van belang. Ik verlangde naar slaap want dan kon ik dromen van thuis. In mijn dromen zat ik aan tafel met mijn moeder en dronken we thee en aten koekjes. We zeiden niets en glimlachten alleen maar naar elkaar. 

Het was ook de tijd waarin ik het bestaan van het witte meer ontdekte. Urenlang bracht ik er door zodat ik niet hoefde te bestaan.

 

Toen ontmoette ik Ozzy. Alles uit die tijd is een beetje wazig maar op een gegeven moment zat hij naast me op het strand. Hij glimlachte naar me en stak een hand naar me uit. ´Ik ben Oswald.´ Zijn blauwe ogen en lange blonde haar waren betoverend. Of misschien werd ik verliefd op hem omdat hij de enige reddingsboei was die het leven me toewierp. HIj bracht me naar het huis waar we nu wonen en leerde me alles wat ik nu weet. Ozzy was voorbereid geweest op deze wereld, hij leefde al jaren zonder moderne middelen. En hij moest glimlachen om mijn tranen en angst. ´Ik snap het,´ zei hij. ´Maar het is echt niet zo moeilijk als je denkt. Het is een kwestie van afscheid nemen van het verleden.´ En daarmee bedoelde hij ook afscheid nemen van mijn moeder. ´Je zal haar nooit meer zien, contact met haar houden is masochistisch.´ Hij stond me toe haar een brief te schrijven. En daarna praatten we er nooit meer over. Die brief was het moeilijkste wat ik ooit had gedaan in mijn leven. Zelfs als ik er nu weer aan denk doen de woorden die ik zelf geschreven heb pijn. Ik durf me niet eens voor te stellen hoe het was voor mijn moeder om die te ontvangen. In die brief vertelde ik haar dat het goed met me ging maar dat ik weg zou gaan samen met Ozzy om een nieuw leven op te bouwen. Om gelukkig te zijn moesten we het contact verbreken. Daarom gaf ik haar niet mijn nieuwe adres, schreef ik. Ik moest het verleden achter me laten om gelukkig te zijn. We moesten elkaar los laten. Ik hou van je mama, met heel mijn hart, waren mijn laatste woorden. Ik deed de brief op de post en noemde nooit meer haar naam. Maar alle brieven die ze me had geschreven in die eerste maanden heb ik bewaard onder mijn matras. Soms lees ik ze nog midden in de nacht als ik niet kan slapen en het witte meer onbereikbaar lijkt. 

 

Zonder dat ik het wil denk ik aan het stuk papier dat ik onder mijn matras naast het stapeltje brieven bewaar. Beiden zijn mijn twee geheime schatten. Het papier ligt er al een week en elke dag voel ik even of het er nog is. Het is een artikel uit de krant. De maandelijkse lokale krant is de enige connectie tussen ons en de buitenwereld. Meestal blader ik er alleen maar gedachteloos doorheen. Door de jaren heen ben ik van onze eenzaamheid gaan houden. Ik, Ozzy en deze stilte zijn goed voor elkaar. En als het me teveel wordt heb ik nog altijd het witte meer. Het nieuws van buiten interesseert me niet zoveel. Maar vorige week viel mijn oog op een artikel. Het was het plaatje dat mijn aandacht trok. Een groot zeilschip stond erop. Met eronder geschreven: zijn oude zeilboten de toekomst? Mijn ogen vlogen over de regels. Twee jaar na de Ramp zijn de grenzen weer open gegaan en was iedereen weer vrij om te reizen, met beperkte middelen natuurlijk. Er waren geen vliegtuigen, geen schepen en geen auto´s meer. Ik las dat In Europa men zich vooral te paard vervoerde. En nu, vijf jaar na de Ramp, was er het plan om met een zeilschip van Australië naar Europa te reizen. Mijn hart zwol op van hoop. Ik opende mijn mond om Ozzy het spannende nieuws te vertellen. Hij zat tegenover me en at heel geconcentreerd een gekookt ei. Maar ik bedacht me. Ozzy zou het niet toestaan, hij zou me niet laten gaan. Hij was blij met het leven dat we leefden, hij miste niemand. Ik was hem dankbaar hoe hij me geholpen had afscheid te nemen van mijn familie en samen verder te gaan. Hij had gelijk gehad; toen ik mijn familie eenmaal losliet was het makkelijker om te leven. Maar toen was er nog geen uitweg. Dit veranderde alles. Of niet? Gelijk twijfelde ik weer. Wilde ik nog wel terug? Daarom verstopte ik het artikel onder mijn matras. 

Want ook nu, dagen later, twijfel ik nog steeds. Zou ik het kunnen, hier verder leven, wetende dat er een mogelijkheid is om naar huis te gaan? Maar wat als Ozzy niet mee wil? En ons kind dan? De vragen die door mijn hoofd schieten zijn te overweldigend. Ik duik in het stille witte meer en houdt even op met bestaan. 

 

´s Avonds zitten we aan tafel. We eten in stilte. Ozzy kauwt tevreden op de gekookte aardappelen met spinazie. Ik kijk naar hem en glimlach. Soms vraag ik me af wat Ozzy denkt, hij lijkt zoveel gelukkiger met zijn leven dan dat ik ooit ben. Zou hij ooit twijfelen aan de keuzes die hij gemaakt heeft? Vast niet. Ik ken niemand die zoveel zelfvertrouwen heeft als Oswald. Zoals dit huis bijvoorbeeld. Hoe heeft hij er ooit voor kunnen kiezen om hier alleen te gaan wonen? Toen ik het voor het eerst zag was ik niet gelijk overtuigd. Ik was eenentwintig en nog maar een paar maanden daarvoor lag de wereld aan mijn voeten. Wat moest ik met dit ´huis op de prairie´? Maar nu ik hier al jaren woon ben ik er aan gewend geraakt. Het is lang geleden dat ik een ander mens heb gezien dan Ozzy. Soms vraag ik me af of ik zo graag een kind met hem wil omdat ik dan niet meer zo alleen ben. Maar is dit wel een wereld waar ik mijn kind in wil brengen? Ik denk weer aan het krantenartikel onder mijn matras. Zou ik het er met Ozzy over kunnen hebben? We zouden samen kunnen gaan, met hem en ons kind. 

Morgen, dan kan ik het er met hem over hebben. Misschien zal hij dan naar me luisteren. Maar dat zeg ik al dagen tegen mezelf; morgen, dan durf ik het misschien. Op de dag zelf is er niets meer over van mijn kracht en maak ik dezelfde belofte voor die dag erna. Wanneer zal de dag komen dat ik het aandurf? 

 

Die nacht droom ik over mijn moeder. Al een week lang droom ik hetzelfde. Ze smeekt me weer naar huis te komen. ´Breng je kind naar huis.´ Weer zijn de woorden zo luid en duidelijk te horen. Mijn ogen schieten open en ik kijk naar Ozzy´s slapende gezicht. Hoe kan het nou dat hij niets hoort?  Ik staar naar het plafond boven me. Het is midden in de nacht maar ik ben klaar wakker. Wat betekent die droom? Weer voel ik net als vanmiddag het diep van binnen in me borrelen. Mijn moeder´s stem klonk zo verdrietig, gebroken. Weer dat borrelen, alsof het me iets probeert duidelijk te maken. 

Opeens is het besluit genomen, zomaar zonder dat ik er zelf erg in had. Als vanzelf neemt mijn lichaam het over en is de twijfel weg. Een kleine rugzak is snel ingepakt en ik kleed me aan zonder enig geluid te maken. Dan stap ik de donkere nacht in, op weg naar huis.

 

EINDE