De spoken in mijn leven

‘Maak geen ruzie met elkaar’, was het laatste wat je tegen me zei. De week erop was je er niet meer. Zomaar weg, verdwenen in de mist. Of nou ja, je lag natuurlijk op dat bed in het ziekenhuis met een laken over je gezicht. Daarna in een kist met een zee van witte bloemen om je heen. Door het glas was je gezicht nog te zien. Je lippen rood gestift en wenkbrauwen in twee perfecte boogjes boven je ogen geschilderd. Het leek bijna of je er nog was maar je huid was onnatuurlijk wit en je gezicht opgeblazen in de tropische hitte. Er waren minuscule vliegjes en miertjes door het glas van de kist heen gedrongen en een paar liepen over je gezicht. Zij konden je nog aanraken, zij wel. Maar toch was je er al niet meer, je was allang vertrokken naar een andere wereld. God mag weten waar dat dan zou zijn.

‘Maak geen ruzie met elkaar,’ zei je tegen ons terwijl we die avond ruzie stonden te maken. De eerste dag van je dood beloofde ik je in gedachten dat ik het nooit meer zou doen. Het leek allemaal zo nutteloos want als de dood zo onverwachts je leven binnenvalt dan is geen ruzie meer belangrijk genoeg om door te zetten. Maar na een paar weken reageerde ik snauwerig en maakte ruzie met hem, ik kon niet anders ook al hoorde ik je woorden nog steeds nagalmen. Het was ontluisterend om toe te moeten geven dat ik zo snel mijn belofte aan de doden verbrak. Toch wist ik zeker dat je het wel zou snappen. Ook beloftes breken lijkt zo futiel in vergelijking met het bestaan van de dood.

‘Maak geen ruzie met elkaar,’ was het eerste wat ik dacht toen ik hoorde over je dood. De woorden waren gelijk daar en ik wist zeker dat het de laatste woorden waren die je tegen me had gezegd. Er waren daarna geen andere woorden meer die je aan me verspilde. Geen ´tot ziens´ of ´fijne avond, we zien elkaar snel weer´ of iets anders dagelijks wat we tegen elkaar zeggen zonder er echt over na te denken. Ik zie je nog voor me terwijl je de baby nog in je buik droeg en er van overtuigd was dat het leven te overwinnen was. Ik twijfelde ook geen moment aan je onoverwinnelijkheid, geen seconde, totdat het voorbij was en je ons allemaal verbijsterd achterliet. Jouw woorden en de groene jurk die je avond droeg, dat zal ik nooit vergeten. Ik durf niet aan anderen te vragen wat jouw laatste woorden voor hen waren maar ik weet zeker dat jouw stem nagalmt in al onze gedachten. Dat kan niet anders, zo gaat dat nou eenmaal met de spoken in ons leven.

Overige gedichten