Dear diary...

&

de vergeten taal

Ik bezocht haar twee keer per week in haar kleine flatje. Een éénkamerwoning met klein keukentje en WC, haar bed stond aan het raam. Ze wachtte altijd op me met een pot thee en een schaaltje met kaakjes, die ik altijd associeer met oude mensen. Ze kwam uit een andere tijd, waar nog geen computers bestonden, misschien de eerste auto´s rondreden ook al herinnerde ze zich nog goed hoe de straten eruit zagen met alleen maar paard en wagens. Ze beweerde dat ze 120 jaar oud was. Er was niemand om het aan te vragen, iedereen die haar ooit had gekend was allang dood, ´of is me vergeten´, voegde ze eraan toe.  

Ik deed onderzoek naar vergeten woorden. Je weet wel, van die woorden die niemand meer gebruikt omdat ze te ouderwets zijn geworden. Bijvoorbeeld gordijnpreek, of zuurmuil, of mijn persoonlijke favoriet, een jocus. Via via kwam ik bij haar terecht. Ze kende niet alleen een paar vergeten woorden, ze sprak een hele taal waarvan ik nog nooit gehoord had. ´Ik ben dan ook heel oud, iedereen is allang vergeten dat we ooit zo spraken,´. Het was meer een plaatselijk dialect en hoogstwaarschijnlijk nam ze me in de maling, of was het een gevolg van haar dementie. En toch fascineerde me het zo dat ik bleef terugkomen om de vergeten taal van haar te leren. Het leek op het Nederlands, het gebruikte dezelfde structuur, dezelfde lidwoorden en persoonlijke voornaamwoorden. Maar daar hield dan ook de vergelijking op, de rest was een onweerstaanbare brei waarvan ik elk detail probeerde te begrijpen en onthouden. 

Ze leerde me woorden en zinnen en langzaamaan begonnen we onze gesprekken in deze vergeten taal te voeren totdat ik op een dag merkte dat ik het net zo vloeiend sprak als zij. Hoe kon het toch zijn dat ze een hele taal zelf verzonnen had, die overigens zo ingenieus in elkaar zat? Of had het toch echt bestaan? Maar waarom was er dan geen enkele documentatie van, geen krant, geen dagboek en geen informatie erover op Wikipedia. Er was geen antwoord op. 

Alsof ze wachtte totdat ik alles geleerd had wat ze me leren kon, overleed ze een paar weken later. Ik bleef achter met in het bezit het meest waardevolle wat ze bezat, een taal die ik met niemand kon spreken. Op één of andere manier had ik een voorgevoel dat ik net zo zou eindigen als haar; oud, door iedereen verlaten, op de vlucht voor de dood totdat iemand deze vergeten taal van me over kon nemen. Het was als een vloek en toch voelde het als een waardevolle schat die ik altijd zou koesteren. 

Veel liefs, Adinde

My diary