Groeten uit Bolivia

Sinds ik een baby heb loop ik elke zondagochtend door de buurt waar we wonen met de kinderwagen. De attributen die ik daarvoor nodig heb zijn net even anders dan in Nederland. Een muskietennet over de voorkant is essentieel, vooral nu er knokkelkoorts heerst. Ik sta doodsangsten uit bij de gedachte dat ons kind dat krijgt.  Een doek om de felle zon tegen te houden is ook onontbeerlijk want die schijnt onafgebroken. 

Liever zou ik natuurlijk door een mooi park wandelen maar die is er niet en dus ben ik overgeleverd aan de buurt. De eerste keer dat ik naar buiten ging was ik bang voor de straathonden die overal lopen. Wat nou als ze ons aanvallen? Maar die zijn helemaal niet geïnteresseerd in baby´s dus dat viel alles mee. Het eerste wat ik tegenkom op een zondagmorgen is een rij tafelvoetbaltafels en een springkussen. Elke avond komen alle kinderen hierheen om te spelen. Maar overdag moeten de spullen wel bewaakt worden tegen potentiële dieven. Ik grinnik bij de gedachte wie er in godsnaam een tafelvoetbaltafel gaat stelen. Onder één van de tafels ligt een jongen te slapen op een uitgespreid laken. Hij zal wel de bewaker zijn. De stenen lijken me hard om op te slapen maar hij lijkt er geen last van te hebben. 

Het is niet zo vroeg meer, 11 uur ´s ochtends, maar toch is het rondom de meeste huizen doodstil. Iedereen slaapt vast nog uit na een feestje van de avond ervoor. In sommige huizen gaat het feest van de avond ervoor juist gewoon nog door. Harde muziek schalt er vanachter de muur maar ik kan niet zien of er nog mensen zijn die rechtop staan. Misschien is iemand vergeten de muziek uit te zetten voor het naar bed gaan. Dat is overigens echt geen feit om de politie over op te bellen als je de buurman bent. Geluidsoverlast interesseert niemand, je leert ermee leven. Even verderop zie ik zelfs iemand die in de tuin ligt te slapen. Op een stretcher onder een boom ligt hij met zijn dikke buik omhoog. Zou hij elke avond daar slapen of is dit een uitzondering? Ik durf het hem niet te vragen. Bij een volgend huis hangt er een poster aan de muur waar met grote zwarte letters op is geschreven: varken aan de paal. Onder de poster zie ik het inderdaad. Met verbazing kijk ik hoe boven smeulende kolen een heel varken aan een houten paal hangt te garen. Zijn hoofd zit er nog aan en ik weet dat zijn oren en staart de favoriet zijn van bijna elke Boliviaan. Niemand lijkt zich hier overigens druk te maken om de hygiëne. De hitte van de zon, de vliegjes of het straatvuil verderop, het mag de pret van een gebraden varken niet drukken. Ik ril bij de gedachte dat op te moeten eten.  

Vol indrukken kom ik weer thuis en bedenk me dat een park eigenlijk maar saai zou zijn vergeleken bij de buurt waar ik woon. 

Other columns