I do writing

&

Victoria´s vloek

James staart naar het meisje dat verderop aan het werk is. Ze glimlacht naar de voorbijgangers en prijst haar producten luid aan. Ze ziet niet dat hij vanaf zijn plek op de markt naar haar gluurt en fantaseert over het zoenen van haar lippen. Want James is verliefd. Hij is pas vijftien en nog nooit eerder verliefd geweest maar toch herkent hij het gevoel dat in zijn buik rondzweeft. Hij droomt alle nachten van haar en alle dagen kijk hij naar haar uit op de centrale markt van Mansa. Hij kent haar naam niet en weet niet wie ze precies is maar dat hij verliefd is weet hij wel zeker. Haar donkere glanzende huid en korte kroeshaar zijn niet anders dan die van de meeste meisjes van haar leeftijd. Ook de kleding die ze draagt – een wit t-shirt en een kleurige doek om haar zwarte rok – zijn niet opvallend. Misschien zijn het haar ogen die hem een paar keer hebben aangekeken als hij langsliep of als hij wat kocht aan haar kraam. Haar ogen zijn zwart met een goud randje eromheen, zoiets heeft hij nog nooit eerder gezien.

Het meisje verkoopt gerookte vis. Ze komt waarschijnlijk uit één van de vissersdorpjes verderop die aan het Mirandameer liggen. De meisjes die gerookte vis verkopen zijn berucht vanwege de intense vis- en rooklucht die om hen heen hangt. Het is de mengeling van intense rook en zoete vis die menig doet kokhalzen. Maar de lucht deert James helemaal niet, het meisje is prachtig en hij fantaseert alle dagen hoe het zal zijn om haar te zoenen. Vroeger keek hij er helemaal niet naar uit om naar de markt te moeten. Hij had een hekel aan de dagelijkse lange fietstocht erheen. Maar nu kijkt hij alle dagen reikhalzend naar haar uit terwijl hij zijn tomaten aan de man probeert te krijgen.

Vandaag is ze er net als hij al vroeg. Het is pas half zeven ´s ochtends en zij en de andere meiden hebben hun gedroogde vissen in grote plastic bakken uitgestald. Ze hebben hun vaste plek onder een houten stellage met een doek eroverheen tegen de felle zon die binnen een paar uur op hun hoofd zal schijnen. James heeft die luxe niet, de houten stellages zijn te huur van de eigenaar van de markt. James heeft daar geen geld voor en dus staat hij aan het eind van de markt naast houten stellages. Hij is er aan gewend en hij heeft een petje op tegen de zon.

´Je vind haar mooi of niet?´ hoort hij iemand naast zich zeggen.

Een oude vrouw staat naast James. Ze weegt een paar van zijn tomaten in haar handen en kijkt hem glimlachend aan. Ze mist een paar tanden en het korte kroeshaar op haar hoofd is grijs. Maar de rok en de witte blouse zijn schoon en haar glimlach lijkt oprecht.

´Wilt u mijn tomaten kopen?´ vraagt James haar.

´Misschien wel.  Maar je antwoordt niet op mijn vraag.´

´Misschien doe ik dat wel als u mijn tomaten koopt.´

Ze lacht en knikt onder de indruk van hem. ´Een echte onderhandelaar. Goed, ik koop er zes van je.´

´Klopt. Ik vind haar niet alleen mooi, ik vind haar geweldig,´ zegt James terwijl hij de tomaten in een oude krant wikkelt.

´Als je wilt kan ik ervoor zorgen dat ze verliefd op je wordt.´

´Hoe dan?´

Ze kijkt hem even samenzweerderig aan en zegt dan: ´ik heb bepaalde krachten die ik daarvoor kan inzetten. Ik kan de wereld beinvloeden op watvoor manier jij maar wilt. Kom een keer langs. Ik woon op dit adres.´

De vrouw geeft een papiertje aan James waarop een kleine plattegrond is getekend met pijlen erop die moeten duidelijk maken waar zij woont. James antwoordt niet en neemt het papiertje aan.

´Dat is dan 5 Kwacha,´ zegt hij alleen maar en neemt het geld aan.

 

De markt van Mansa is twee uur fietsen vanaf het huisje waar hij woont met zijn familie. Niet omdat het zover weg is maar vooral omdat de oude Chinese fiets die hij moet gebruiken om de tien minuten stuk gaat. Vooral de ketting is een probleem, die blijft er maar afvallen. James verkoopt tomaten op de markt want die groeien makkelijk in het Afrikaanse klimaat van harde regens en lange droogtes. Alle groente komt van het kleine lapje grond achter het huis waar zijn moeder het verbouwt. Natuurlijk zou hij ook gewoon de tomaten op de markt om de hoek van zijn huis kunnen verkopen of gewoon wachten totdat de buren misschien tomaten willen kopen. Maar dan ligt de prijs veel lager, op de centrale markt hier krijgt hij er genoeg van om van te overleven met zijn allen.

James komt uit een groot gezin met drie jongere broertjes en twee oudere zussen. Zijn twee zussen hebben allebei ook al kinderen dus het is vaak proppen in het kleine huisje waar ze wonen. Maar dat is alleen een probleem met het slapen want overdag is iedereen druk bezig en is er geen tijd om te liggen op de grond die bedekts is met matrassen en kussens. James slaapt vaak buiten want hij is de oudste man in het huis en de baby´s huilen vaak ´s nachts. Hij heeft liever last van de muggen dan van het lawaai. Hij is de oudste zoon, tenminste dat is hem verteld. James weet zelf bijna zeker dat zijn moeder niet zijn moeder is. Wie ze wel precies is dat weet hij alleen niet echt.  Zijn moeder weigert erover te praten als hij het haar vraagt. ´Ik ben je moeder nu en ik zal voor je zorgen. Daar gaat het om,´ zegt ze altijd en kijkt hem dan nors en waarschuwend aan zodat James niet verder durft te vragen. Ook heeft hij geen vader maar dat heeft eigenlijk niemand die hij kent. Dus glimlacht James alleen maar als ze dat zegt en knikt dan. Ook al is ze niet zijn echte moeder, ze zorgt voor hem en dat is genoeg om een moeder genoemd te worden. Hij droomt vaak over zijn echte moeder. Dan knuffelt ze hem en kust hem op zijn voorhoofd. Maar hij kan niet zien hoe ze eruit ziet of aan haar vragen hoe ze heet. Als hij dan ´s ochtends opstaat belooft hij zichzelf dat hij niet meer over haar zal dromen want het heeft geen nut te verlangen naar iemand die hij nooit gekend heeft.

James is als oudste zoon degene die elke dag de zware fietstocht naar de markt moet ondernemen. Zijn zussens zijn te druk met hun kinderen en zijn broertjes zijn nog te jong. James´ moeder neemt zijn taak soms over maar vaak is ze te ziek om zo ver te kunnen fietsen.  Ze is erg ziek en gaat binnenkort dood. Dat heeft nog niemand hardop gezegd maar James herkent de symptomen en alle mensen in het dorp die hij kent zijn op deze manier dood gegaan. Volgens zijn moeder is het schuld van haar zus die twee dorpen verderop woont. Zij is altijd al jaloers op de schoonheid van James´ moeder geweest  ´want vroeger was ik echt een prachtig meisje´ vertelde ze aan James. Haar zus is naar een tovenaar gegaan en heeft die betaald om een vloek uit te spreken en daarom is James´ moeder nu ziek.  ´Je moet altijd uitkijken met mensen James, want voor je weet hebben ze genoeg geld gespaard om je te vervloeken.´

James staat elke ochtend om vijf uur op en stapt dan op zijn fiets. Elke avond voordat hij gaat stopt hij de tomaten in een doos die hij achterop de bagagedrager van zijn fiets met een stuk touw vastzet. Terwijl hij over de lange asfaltweg naar het centrum fietst komt de zon op en begint het leven in de huisjes die hij passeert. Mansa is een middelgrote stad in Zambia en het centrum bestaat uit niets meer dan een paar restaurants, een bezinepomp en een ziekenhuis. Maar de meeste mensen wonen in zelf gebouwde kleine huisjes buiten het centrum; soms van steen en soms van riet en meestal een combinatie daarvan. De enige geasfalteerde weg die vanuit het centrum naar de volgende stad leidt is omringd door dit soort kleine huisjes.

Als James die avond thuiskomt vertelt hij aan Victor, zijn jongere broertje van 12, over de tovernaarsvrouw. Ze liggen onder de sterrenhemel en delen een kussen met hun hoofd.

´Ik snap het niet,´ zegt Victor. ´Als jij verliefd op haar kan worden zonder dat iemand daar magie voor heeft gebruikt waarom zou je het dan gebruiken voor haar?´

James lacht. ´Maar misschien heeft zij het wel gebruikt en is ze ook naar een tovernaar geweest en denk ik nu daarom aan haar.´

´Goed punt,´ moet Victor toegeven en ze zijn even stil.

´Maar eigenlijk wil ik helemaal niet daarheen voor dat meisje. Het is veel te duur om geld uit te geven aan een stomme verliefdheid. Ze heeft op de achterkant van het papiertje haar prijs opgeschreven. 500 Kwacha,´ zegt James.

´Waarom vertel je me dit dan?´

´Omdat die tovenares zei dat ze alles wat ik wil kan beinvloeden in de wereld. Wat nou als ze mama weer kan genezen van de vloek die haar zus over haar heeft uitgesproken? Dat zou het geld waard zijn toch?´

Het is weer stil en Victor denkt na over de woorden van James. ´Het is veel geld. En volgens God mag je geen magie gebruik maken. Je moet je overgeven aan zijn oordeel en beslissing over je leven.´

´Klopt.´

´Maar wat zouden we zonder mama moeten?´

´Precies.´

Een week lang denkt James na over de mogelijkheid om langs te gaan bij de tovernaarsvrouw. Op het papiertje staat haar naam: mrs. Ndola. 500 Kwacha heeft hij niet. Hij verdient op goede  dagen vijftig kwacha en andere dagen helemaal niets. Hij wikt en weegt alle voor en tegens terwijl hij ´s ochtends op de fiets zit of als hij achter het stapeltje tomaten naar het vismeisje gluurt. Hij vraagt zich af wat God zou vinden van een magische ceremonie. Hij weet dat de priester elke zondag in de kerk voor tovenarij waarschuwt. ´Het zijn kwakzalvers,´ zegt hij. Of: ´alleen God beslist over leven en dood en ons lot in dit leven´. James snapt dat zwarte magie gevaarlijk en egoïstisch is. God zal hem sowieso naar de hel sturen als hij zich daarmee inlaat. Waarom zou je een vloek over iemand laten uitspreken? Daar is geen excuus voor. Maar wat nou als het voor een goede zaak is? Zou God hem vergeven als hij het doet met de goede intentie om zijn moeder te redden? De levens van alle gezinsleden zijn afhankelijk van haar. Dan is er nog de mogelijkheid dat magie helemaal niet werkt en dat de vrouw een oplichtster is. James is een realistische jongen. Hij is pas vijftien maar heeft genoeg in het leven meegemaakt om te weten dat er veel mensen zijn in deze wereld die zullen proberen misbruik te maken van arme en wanhopige mensen zoals hijzelf. Maar wat nou als zij de uitzondering is? Wat nou als zij echt zijn moeder kan genezen?

Op een nacht droomt James dat hij zijn moeder ziet liggen op één van de matrassen in het huis. Haar huid heeft alle glans verloren en haar mond staat half open maar haar borst beweegt niet meer van de ademhaling. En alsof het zo moet zijn verkoopt hij de volgende dag al zijn tomaten en zelfs de drie kroppen sla die hij heeft meegenomen. Hij heeft nog nooit 100 Kwacha op een dag verdient.

´Het is een teken van God,´ zegt James die avond tegen Victor.

Victor moet toegeven dat het wel opvallend is. ´Als je de komende week alle dagen zoveel geld verdient dan denk ik dat je het moet doen,´ besluit Victor resoluut. ´We moeten het pad volgen dat God voor ons uitstippelt.´

´Niks tegen mama zeggen.´

´Alleen als je belooft dat ik mee mag naar de ceremonie,´ antwoordt Victor.

Het kost James twee weken om de 500 Kwacha bij elkaar te leggen en tegelijkertijd genoeg te verdienen om het gezin te laten eten. Even voelt hij zich schuldig want die 500 Kwacha zouden ze ook kunnen gebruiken voor het kopen van de schoolspullen voor zijn twee zusjes die nog op de basisschool zitten. Dan zou er zelfs nog geld over zijn voor nieuwe schoenen voor Victor want die loopt al een weeklang op blote voeten sinds zijn teenslippers kapot zijn. Maar het offer is klein ten opzichte van de mogelijke winst die een gezonde moeder zal opleveren besluit hij dan. Misschien is die winst niet in spullen uit te drukken maar het geluk van hun gezin is zoveel meer waard dan dat.

De volgende ochtend gaan James en Victor samen naar de markt.

´Zo gauw als alle tomaten verkocht zijn gaan we erheen,´ zegt hij tegen Victor.

De hele dag zitten ze achter hun tomaten. Eerst is James opgewonden vanwege het vooruitzicht dat ze hun plan gaan uitvoeren en de kans dat hun moeder weer beter zal worden. De eerste paar uur is het gezellig op de markt. Het is veel leuker om er samen met Victor te zitten en grappen te maken over de voorbijgangers. Victor ziet hem kijken naar het vismeisje verderop en hij plaagt James met zijn verliefdheid.

´Ga met haar praten!´ spoort hij James aan maar die schudt zijn hoofd.

´Wat moet ik dan zeggen? Ik zou voor paal staan.´

Victor haalt zijn schouders op. ´Zo bereik je ook niets.´

James negeert hem en focust zich op het aanprijzen van hun tomaten. De verkoop van de tomaten gaat langzaam die dag en pas aan het einde van de dag hebben ze bijna alles verkocht. James en Victor zijn moe van de hete zon die de hele dag op hun hoofd heeft geschenen en ze verlangen naar de matrassen thuis op de grond. Geen van beiden heeft iets gegeten en dus besluiten ze de laatste drie tomaten op te eten voordat ze naar de tovenares gaan.

 

Het papiertje met de plattegrond heeft James de hele week in zijn broekzak bewaard en zonder al te veel problemen vinden ze het kleine hutje waar de tovenares woont. Het ziet er nogal armoedig uit en dat is volgens James een goed teken. Het betekent dat ze geen profiteur is en rijk wordt van haar magische krachten.

´Of ze heeft zoveel mensen besodemieterd en daarom geen klanten meer,´ merkt Victor op.

´Doe niet zo negatief,´ antwoordt James geïrriteerd.

De tovenares herkent James als ze hut binnenstappen en haar op de grond zien zitten. Ze is net bezig een restje nsima te eten met wat sla.

´Je bent gekomen om de liefde te vinden,´ constateert ze tevreden.

James schudt zijn hoofd. ´U zei dat  u alles waar kan maken wat ik maar wil. En ik wil dat mijn moeder weer beter wordt.´

´O,´ zegt ze verbaasd. ´Goed, er zijn belangrijkere zaken in het leven dan de liefde. Kom zitten. Eerst betalen graag.´

James overhandigt haar de 500 Kwacha en de tovenares telt de biljetten zorgvuldig.

´Okay, laten we beginnen.´

De ceremonie duurt teleurstellend kort. James en Victor zitten tegenover Mrs. Ndola die een paar takjes bij elkaar legt en er een klein vuurtje bij maakt. Uit een paar potjes strooit ze wat kruiden over het vuurtje en een raar luchtje stijgt eruit op. De rook vult de hut bijna helemaal.

´Wat is je moeders naam?´ vraagt Mrs. Ndola.

´Victoria Melawi.´

´Victoria Melawi,´ herhaalt Mrs. Ndola.

Ze blijft de naam herhalen terwijl ze er een zachte melodie aan toevoegt. Met gesloten ogen en een zacht wiegen van haar lichaam zingt ze een liedje met de naam van James´ moeder als enige woord. Ze gebiedt James en Victor haar handen vast te houden en zo wiegen ze met zijn drieën op de melodie van haar stem. Na een paar minuten is het voorbij en opent ze haar ogen weer. Ze glimlacht geruststellend naar hen.

´Het proces heeft tijd nodig maar binnen een paar weken zal je verbetering zien, dat beloof ik je.´

´Geloof je haar?´ vraagt Victor hoopvol aan James als ze weer buiten staan. Hij haalt zijn schouders op. ´We zullen zien. Waarom zou het niet werken? We moeten hoopvol blijven toch? Laten we naar huis gaan en mama erover vertellen.´

 

Maar James´ moeder kan het niet geloven als de broers bij aankomst enthousiast hun verhaal vertellen.

´Jullie hebben wat gedaan?! Hoeveel kostte dat wel niet?!´

James en Victor kijken haar beteuterd aan. Ze weten even niet wat te zeggen.

´Snappen jullie dan helemaal niets? Met dat soort magische krachten moet je je niet inlaten. Dat is hartstikke gevaarlijk! Voor hetzelfde geld heeft ze juist een vloek uitgesproken over één van jullie in plaats van mij te genezen! Luisteren jullie dan nooit als we naar de kerk gaan? Je weet dat het niet mag, we laten de beslissing over ons lot over aan God! Niemand anders!

´Maar we willen niet dat je doodgaat mama,´ zegt Victor. Hij probeert niet te huilen.

Maar ze negeert hem en zegt tegen James: ´Ik had wel meer van jou verwacht, je bent de oudste zoon in dit huis. Gedraag je daar dan ook naar!´

Als straf moesten ze naar bed zonder eten. In stilte liggen ze buiten naast elkaar en staren naar de sterren.

´En toch denk ik dat het zal werken,´ zegt Victor. ´Het maakt niet uit dat mama boos op ons is, als het maar werkt.´

James antwoordt niet. De tegenstrijdige gevoelens binnenin hem zijn moeilijk onder woorden te brengen. Hij blijft hoop houden dat Victor gelijk heeft maar aan de andere kant voelt hij aan dat zijn moeder iets achterhoudt. Hij zag het in haar ogen toen ze tegen hem uitviel. Ze voelde zich schuldig over iets. Waarover voelde ze zich schuldig? Een gedachte komt in hem op die hij nog nooit eerder heeft gehad en die hem angst aanjaagt. Wat als zijn moeder liegt en ze helemaal niet vervloekt is. Wat nou als ze een ziekte heeft waar geen magie tegenop kan?

 

De volgende ochtend gaat James weer vroeg op pad. Hij komt vroeg op de markt aan en installeert zich weer achter zijn tomaten. De vismeisjes zijn er al en hij ziet het mooie meisje die bezig is de bakken met vis uit te stallen. De hele morgen blijft James onbeweeglijk achter zijn tomaten zitten en verkoopt er zoveel als hij kan. Hij heeft zich voorgenomen niets te drinken of te eten de hele dag. Misschien als een soort straf voor het uitgeven van het geld aan de tovenares. Tegen het middaguur doezelt hij tegen wil en dank in. De zon is heet en brengt slaap met zich mee. Een stem brengt hem weer terug naar de markt.

´Hoeveel kosten je tomaten per stuk?´

James opent snel zijn ogen en kijkt recht in het gezicht van het vismeisje.

´Gaat het wel?´ vraagt ze bezorgd als ze zijn verwarde blik ziet.

James knikt en schraapt zijn keel. ´Ja tuurlijk. Hoi, hoe heet je?´ antwoordt hij nog steeds verward.

Ze lacht. ´Ik vroeg naar je tomaten.´

´Weet ik maar ik zou liever je naam willen weten.´

´Ik denk dat je een zonnesteek hebt opgelopen.´

James en het meisje grijnzen naar elkaar en opeens neemt de dag een positieve wending die hij niet had voorzien.

´Ik ben Rose. Hoe heet jij? Ik zie je hier alle dagen.´

´Ik ben James. Ja, ik zie jou hier ook alle dagen.´

 

END