I do writing

&

Maden

Peter droomt over zijn buurvrouw, Clara. Ze ligt op haar buik in de keuken, met haar benen en armen wijd uitgespreid. Haar dode ogen staren naar het laminaat onder haar. Die waren ooit blauw maar na een paar weken naar de koude vloer te hebben gestaard zijn ze veranderd in grijs steen. ´De postbode blijft maar jullie post bij me bezorgen,´ zegt Clara tegen Peter. Haar witte lippen zijn nog maar kleine potloodstreepjes die bewegen in de massa van rimpels. Haar lichaam ligt verstard op de keukenvloer maar haar hoofd leeft nog. Ze tilt haar hoofd op en lijkt te denken dat de rest van haar ledematen zullen volgen maar er gebeurt niets.

´Waarom?´ vraagt ze verward. ´Waarom kan ik me niet bewegen?´

Haar lange grijze haren bewegen, alsof een windvlaag door de strengen heen blaast. Maar dan vallen de plukken uit elkaar en kruipen alle kanten op, als kleine grijze pissebedden. Het dringt tot Clara door dat er echt iets mis is met haar en ze begint te schreeuwen; langgerekt en ijzingwekkend.

 

Peter schiet overeind in zijn bed maar de droom is nog niet voorbij, hij hoort Clara nog steeds schreeuwen. Hij voelt handen die over zijn rug klauwen en iemand schreeuwt achter hem: ´Ze kruipen over me heen!´ Het is Peter´s vrouw, Joke. ´Wat is dat?!´

Peter springt uit zijn bed en doet het licht aan. Het is vijf uur ´s ochtends en het blauwe licht van de ochtend schijnt al door de gordijnen maar toch kan Peter niet gelijk ontdekken wat er mis is met Joke. Ze  schreeuwt nog steeds en grijpt om zich heen.

´Wat is er? Wat is er lieverd?´ vraagt Peter radeloos en Joke wijst in paniek naar het plafond. Kleine witte stukjes vallen naar beneden en even denkt Peter dat het stucwerk opeens loslaat. Maar zodra de witte stukjes op het bed neervallen kruipen ze verder over de lakens. Terwijl Joke de witte beestjes van zich af probeert te slaan, buigt Peter voorover naar het bed en staart gefascineerd naar de krioelende hoopjes. Hij pakt er één op en het duurt een paar seconden voordat hij beseft wat er in zijn hand rondkruipt; een dikke witte rups met zwarte hoorntjes. ´Het zijn maden,´ roept hij verbaasd uit. Peter en Joke springen allebei op van schrik en rennen de gang op. Peter slaat de deur achter zich dicht en ze kijken elkaar in paniek aan. ´Waar komen de maden vandaan? Wat ligt er te rotten in het huis?´ vraagt Joke en Peter haalt zijn schouders op. ´Geen idee.´

 

Beneden zet Peter de waterkoker aan om thee te maken terwijl Joke neerploft in een stoel. Ze trilt nog steeds over haar hele lichaam van de schrik. Peter gaat naast Joke zitten en omhelst haar. ´Stil maar, het zijn vieze beestjes maar ze doen niets. We zullen een schoonmaakbedrijf bellen zodra er één open is en voor je het weet zijn ze weg en is het alsof er niets gebeurd is.´

Joke knikt en veegt de tranen van haar wangen. Het water kookt en ze staat op om de thee te maken.

 

De zomer is vandaag officieel begonnen, 21 juni, maar het is al wekenlang snikheet. Het is zaterdagochtend en Joke en Peter hadden zich erg verheugd op een dagje strand met hun kinderen, Noor en Beer. Maar Peter beseft dat de kans daarop nu erg klein is. De zon komt op ook al is het pas half zes ´s ochtends. De eerste grijze strepen van de dag zijn al zichtbaar. ´Peter?´ hoort hij achter zich en Peter draait zich om.

´Kijk.´ zegt Joke en wijst met trillende hand naar de waterkoker. Samen buigen ze zich voorover en staren naar het stopcontact achter de waterkoker. Ze weten het al voordat ze er woorden aan kunnen geven. ´Nog meer maden,´ prevelt Peter.

Joke begint te huilen en kijkt om zich heen. ´Waar zijn er nog meer? Zitten ze in het hele huis?´ Peter rent van stopcontact naar stopcontact en Joke begint de maden op te vegen die over het aanrecht kruipen.

´Heb je ergens emmers?´ schreeuwt Peter en Joke wijst naar de keukenkastjes onder de wasbak. ´Ze vallen hier ook van het plafond,´ zegt Peter met afgrijzen vanuit de woonkamer. De maden zijn overal. Ze kruipen uit de stopcontacten, vallen van het plafond en kruipen uit elk klein gaatje en kiertje van de muren en de vloer.

 

Twee uur lang rennen Peter en Joke rond door hun huis. Peter zuigt elke made op die hij kan vinden met zijn stofzuiger. Overal staan emmers en Joke veegt alle maden bij elkaar. Om acht uur ´s ochtends krijgen ze eindelijk een schoonmaakbedrijf aan de telefoon. Het zweet staat op hun voorhoofd en beiden zijn buiten adem.

´We hebben maden in huis. Overal, letterlijk overal,´ legt Peter uit en het is even stil aan de andere kant van de lijn.

´Meneer, heeft u enig idee waar die maden vandaan komen?´

´NEE!´ roept Peter gefrustreerd uit.

´Maden komen niet zomaar uit het plafond vallen meneer. Ligt er ergens in het huis iets te rotten? Of bij uw buren?´

Peter laat bijna de telefoon uit zijn hand vallen. Clara, de maden zijn Clara. De buurvrouw die twee dagen geleden dood is gevonden op de keukenvloer. Ze was waarschijnlijk al een paar weken dood. Clara was een vrouw van vijfentachtig. Ze had geen kinderen en haar man was al jaren dood. Bijna nooit kwam er iemand op bezoek. Peter en Joke kwamen af en toe bij haar langs of deden boodschappen voor haar. De politie had Clara ook gevonden vanwege haar buren die al weken de post hadden zien opstapelen in de brievenbus. En nu dringt Clara het huis van haar buren binnen. In kleine stukjes weliswaar, in de minuscule buikjes van de witte rupsjes. De oren van Clara, de neus, elke teen en nagel, allemaal dringen ze in kleine stukjes het huis van Peter en Joke binnen. Peter hapt naar adem en begint weer te zweten van paniek.

´Onze buurvrouw is gisteren dood in haar huis gevonden. Ze was waarschijnlijk al een paar weken dood,´ zegt hij.

´Dan moet dat het zijn meneer. Maar het heeft weinig nut als we uw huis schoonmaken en niet die van uw buurvrouw. U zegt dat ze het stopcontact uitkomen dus dat betekent dat ze in de muren van uw huis zitten. Dat kan schoongemaakt worden met het spuiten van erg sterk gif. Dat kunnen we alleen doen als het in beiden huizen gebeurt,´ legt de vrouw van het schoonmaakbedrijf uit. Weet u wie de erfgenaam van uw buurvrouw is? Die zal de verantwoordelijke zijn voor het schoonmaken.´

Met trillende handen hangt Peter op en legt Joke de situatie uit. Joke belt het politiebureau die hen doorverwijst naar de gemeente. Daar leggen ze hun uit dat het huis pas kan worden schoongemaakt als de erfgenaam officieel is erkend en dat zal ergens volgende week maandag of dinsdag zijn. Joke wordt kwaad en de vrouw van de gemeente belooft haar best te doen. Ze zal zo snel mogelijk terug bellen.

Joke en Peter zinken beiden neer op een stoel en kijken om zich heen.

´Ons huis wordt nu bezet door de lichaamsdelen van Clara,´ fluistert Joke en Peter knikt. ´De vezels, de huid, de spieren, alles,´ prevelt ze.

´Wat doen we nu?´ vraagt Peter aan Joke.

´Er is niets wat we kunnen doen. We moeten wachten totdat ze terug bellen,´ antwoordt zij.

 

´Het is niet eens Clara maar de dood die ons huis bezet,´ merkt Peter op. Hij ontkurkt een fles wijn en schenkt twee glazen in. Het is pas negen uur ´s ochtends maar wat maakt het nu nog uit; naar het strand gaan ze toch niet meer en het lot van hun huis is ongewis dus doen de regels van tijd en wijn drinken er ook niet meer toe. Nu ze gestopt zijn met schoonmaken zijn de maden overal.

Joke rilt even. ´Ik hou er niet van om aan de dood te denken,´ antwoordt ze.

´Nu moeten we wel. Het is overal,´ zegt Peter. Hij heeft vaker aan de dood gedacht dan hem lief is. Zijn beide ouders zijn gestorven toen hij twintig was en één van zijn beste vrienden pleegde zelfmoord op zijn dertigste. Toch is dat niet waar Peter aan denkt als hij de dood zijn gedachten binnenlaat.

´Ik dacht aan de dood toen je van Noor moest bevallen,´ zegt hij en Joke knikt begrijpend. De jongste dochter van Joke en Peter kon de baarmoeder niet uitkomen en na uren puffen, hijgen, persen en huilen waren ze in ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Peter stond naast het bed terwijl Joke in het ziekenhuisbed lag dat opeens zo groot leek. Ze hield haar ogen gesloten en haar huid zag grijs van de moeheid. Peter dacht dat hij de dood in de zweetdruppels op haar voorhoofd zag spiegelen.

´Dat was kantje boord,´ zegt Joke. ´Maar gek genoeg was dat precies een moment waarin de dood geen enkele keer in me opkwam. Ik was alleen maar bezig met overleven en aan het vechten om Noor mijn buik uit te krijgen. De dood was zo dichtbij en ik had het niet eens door.´

Peter ziet zichzelf nog staan, verloren in de lange gangen van het ziekenhuis met hun zoon Beer aan zijn hand terwijl ze bezig waren met Joke in de operatiekamer. Na een spoed keizersnee werd Noor dan toch geboren.

´Ik dacht dat ik alleen zou achterblijven met Beer. Het leek echt alsof jij dood zou gaan en Noor dat geboortekanaal nooit uit zou komen. Maar toen was ze er toch en jij bleef leven. Binnen een paar uur was de dood uit ons leven verdwenen. Zomaar opeens,´ zegt Peter. Ze glimlachen naar elkaar en klinken even met de wijnglazen op het leven.

 

´Verschrikkelijk hoor, je wilt je toch niet voorstellen dat één van ons wekenlang dood in een huis zou moeten liggen zonder gevonden te worden?´ zegt Joke.

´Gelukkig hebben wij kinderen die ons zouden kunnen vinden,´ antwoordt Peter.

´Ach dat weet je helemaal niet. Misschien gaan ze wel dood terwijl wij nog leven of verhuizen ze naar het buitenland. Of misschien vinden ze ons over twintig jaar gewoon heel vervelend en komen nooit meer langs.´

´Nou zeg, doe niet zo pessimistisch Joke. Dan hebben we vast nog vrienden in ieder geval. Waarschijnlijk maakt het Clara toch niets uit dat ze er zolang alleen bij heeft gelegen. Zij is allang doorgevlogen naar de hemel of wat dan ook. Ondertussen zitten wij hier met de maden.´

´Denk je dat ze nu met mensen is van wie ze houdt?´

Peter haalt zijn schouders op. ´Je bedoelt in een hemel? Als dat al bestaat. Dan hoop ik dat ze bij haar echtgenoot is.´

´Ze heeft me ooit verteld over de drie miskramen die ze heeft moeten meemaken. Daarna wilden zij en haar man het niet meer proberen, ze konden het niet meer aan. Die baby´s zal ze vast weer zien,´ denkt Joke hardop. Ze ziet Clara nog voor zich zoals zij haar kennen; korte grijze krullen, gekleed in een lange grijze rok en blauw vest terwijl ze rond schuifelt in dat veel te grote oude huis naast hen. Het zag er elke keer weer vuiler uit de laatste paar jaar.

De fles wijn is op en beide zijn een beetje dronken. Het is tien uur ´s ochtends en ze hebben nog niets ontbeten. Er is niets meer over om te praten om hun gedachten af te leiden van de situatie waarin ze zitten. De maden lopen nu over het tafelblad en Joke slaat er eentje weg van haar knie. Ze moeten beiden giechelen van wanhoop maar dan besluit Peter dat het voorbij is.

´Het is genoeg geweest. Als we nog langer wachten worden we hier levend begraven door onze eigen buurvrouw.´

´We moeten wachten totdat de gemeente ons belt met een oplossing,´ stribbelt Joke tegen terwijl ze een paar maden van haar linkerarm afschudt.

´Lieverd, dit huis is verloren. We zullen er zelf nooit meer willen wonen en niemand koopt een huis met verrotte muren, geloof me. Het is voorbij, Clara heeft ons verslagen.´

Beiden zijn dankbaar voor de wijn, die verdooft de pijn een beetje.

Vastberaden staan ze op en snel zoeken ze wat spullen bij elkaar. Joke belt Noor en zegt dat ze meegaan naar het strand en daarna een paar dagen moeten blijven logeren. ´Gezellig mam,´ antwoord Noor. Opgelucht trekken ze de deur achter zich dicht en laten de dood achter zich.