I do writing

&

Kerstmis in Santiago

Sneeuw in een stad is een curieus gegeven. Als het net gesneeuwd heeft functioneert het als een wollen deken dat al het geluid dempt. Het getoeter van auto´s, schreeuwende marktkoopmannen en rinkelende trams lijken de oren van stedelingen niet te bereiken. Een serene rust neemt het leven over. De straten zien er brandschoon uit onder de witte laag en geven de indruk dat er geen sigarettenpeuken, lege blikjes en verdwaalde vuilniszakken onder liggen.

Maar na een halve dag neemt de stad het altijd over, alsof het wil laten zien dat niets een obstakel is voor zijn overleving, ook weersomstandigheden niet. De sneeuw vermengt zich met het afval en kleurt eerst grijs en dan zwart. Het hoopt zich op in de hoeken van de straten en laat zich markeren door auto- en fietsbanden. Binnen een paar uur is het gedaan met die serene rust.

Ik kijk verlangend naar buiten en ook al liggen de straten ver onder ons ik kan de verse sneeuw bijna ruiken.

´Oma, wat doe je?´ vraagt Thomas me terwijl hij op mijn schoot springt.

´Oef wat ben je gegroeid!´ roep ik uit. ´Ik kijk naar buiten. Ik hou van verse sneeuw.´

´Is er sneeuw in Bolivia?´ vraagt Thomas me en ik moet lachen.

´Nee, niet waar je opa vandaan komt. Daar is het altijd warm, je stopt nooit met zweten.´

´Zelfs niet in December?´

´Juist niet in December want dan is het zomer in Bolivia. Het is aan de andere kant van de wereld, daar lopen de seizoenen precies andersom,´ vertel ik hem.

Thomas kijkt me verbaasd aan. ´Waarom?´

´Omdat de wereld nou eenmaal zo werkt lieverd.´

´Wat doen de mensen daar met kerst dan als het niet koud is?´

´Ze vieren nog steeds kerst maar dan met palmbomen om zich heen.´

´Dat is niet hetzelfde,´ merkt Thomas op.

Ik knik. ´Dat klopt maar het is er nog steeds magisch geloof me. Het is een ander soort magie dan hier maar nog steeds betoverend.´

Maar Thomas luister al niet meer en springt weer van mijn schoot. ´Wanneer maken we de kado´s open?´

Ik kijk om me heen en ook al ben ik blij om mijn familie samen te zien, ik mis mijn man. Het is de eerste kerst zonder hem. Niet dat het vandaag moeilijker is dan andere dagen, ik mis hem elke dag. Ik glimlach even om de herinneringen die als een trein door mijn hoofd denderen. Twintig jaar lang woonden we samen in Bolivia, zijn thuisland, voordat we verhuisden naar het grijze en regenachtige Nederland. Het waren twintig prachtige jaren. We leefden een simpel leven in een klein huisje met een grote tuin eromheen. We kregen er onze kinderen en leefden buiten onder de palmbomen. We klaagden over de hitte en de zware regens maar eigenlijk waren we gewoon gelukkig. De jungle in Bolivia had iets magisch en mysterieus. De mensen die er leefden kenden eindeloos veel verhalen over de dieren die er leefden en wonderen verrichten om de mensen te helpen. Maar na twintig jaar was het tijd om te vertrekken. Ik miste mijn familie en de realiteit in Bolivia was soms hard en ingewikkeld. We waren moe gestreden tegen een bureaucratie dat zich als een monster gedroeg en de uitzichtloze armoede joeg ons weg.

Toch zal ik nooit de magie van het land vergeten. Ik herinner me een verhaal dat mijn man me ooit vertelde over een klein dorpje in Bolivia waar nooit iets interessants gebeurde behalve één keer tijdens kerst. Het is een verhaal dat ik graag aan Thomas zou vertellen maar hij heeft alleen maar interesse in de kado´s die onder de boom liggen en de film die we daarna zullen kijken. In het verhaal van mijn man was net zo een jongetje als Thomas.

 

****

 

´Wat wens jij voor kerst Pedrin?´

´Sneeuw,´ antwoordt Pedro aan zijn lerares en de rest van de klas schiet in de lach.

Niet alleen was de wens voor sneeuw nogal bescheiden nadat zijn klasgenoten fietsen, videogames en TV´s hadden genoemd. Ook was het een onmogelijke wens want in de tropen van Bolivia heeft het nog nooit gesneeuwd.

´Okay, fijne kerst allemaal. Tot in het nieuwe jaar!´ zegt mevrouw Gonzales lachend als de bel rinkelt en iedereen opspringt om zo snel mogelijk het gebouw te verlaten.  

Pedrin rent net als de rest van zijn klasgenoten het schoolplein op en probeert te besluiten wat hij nu zal doen. Het is twee uur ´s middags en zijn ouders zullen pas ´s avonds thuiskomen dus Pedro heeft alle tijd om te doen wat hij wil. Maar het probleem is dat er eigenlijk weinig keuze is. Santiago de los Chiquitos is een klein dorpje dat tegen de Amazone ligt en het is één van die plekken waar de tijd eigenlijk nog stil staat. De hoofdstad van de provincie, Santa Cruz, ligt er zes uur rijden vandaan, als je al een auto hebt. De meeste mensen hebben een fiets of een ezel om zich te verplaatsen. Het dorp heeft een centrale plaza, een kerk, een markt, een voetbalveld en meerdere winkeltjes waar je levensmiddelen kunt kopen. Er is nog geen enkele geasfalteerde weg en dus liggen alle huizen van het dorp aan rode zandpaden waar men verscholen onder hoge palmbomen, Toborochi´s en Tajibos zijn leven leidt.

Pedro loopt over het kronkelende zandpad dat van de school naar zijn huis leidt. In het gras wemelt het van de ezels die in stilte grazend hun dag doorbrengen. Ooit moet één van hen een eigenaar hebben gehad maar wie dat precies was is iedereen allang vergeten en sindsdien hebben ze zich vermenigvuldigd en horen de ezels gewoon bij het dorp.

Pedro droomt van sneeuw, eigenlijk zijn hele leven al. Ook al is het nu midzomer in Bolivia en is het zo heet dat iedereen er koortsig uitziet met rode wangen en wazige ogen, toch droomt hij ervan.

Een paar jaar geleden heeft hij sneeuw gezien op de TV. Het was een Amerikaanse film over een familie in New York waarvan de vader op zoek was naar het perfecte kerstcadeau voor zijn zoon. Pedro keek gehypnotiseerd naar de sneeuw en tegelijkertijd was hij verbaasd over de moeite die de Amerikaanse vader deed voor zijn zoon. Pedro´s eigen vader kijkt nauwelijks naar hem om. Zijn vader is dan ook oud en Pedro is de jongste van zes kinderen, misschien heeft dat er mee te maken; het nieuwe van een kind hebben is er bij de zesde wel een beetje vanaf. Hij kan zijn vader niet dwingen geinteresseerd in hem te zijn ook al probeert hij dat wel. Pedro probeert altijd met hem te praten, laat vol trots zijn schoolrapport aan hem zien en gaat in het weekend altijd mee vissen ook al vindt hij daar niets aan. Maar niets heeft het geholpen, zijn vader wisselt nooit meer dan een paar zinnen met hem uit.

En dus lijkt de sneeuw uit de film een wens die meer kans maakt om uit te komen. Pedro had het scherm van de TV aangeraakt toen hij de sneeuw zag ook al wist hij dat hij de kou niet zou kunnen voelen door het elektrische glas van het scherm. De witte kleur vond hij prachtig en hij wilde net als het jongetje in de film de koude substantie in zijn handen voelen, er een sneeuwbal van maken en het naar een willekeurige voorbijganger gooien. Na de film had hij aan zijn moeder gevraagd of het ooit zou sneeuwen in Santiago en ze had gelachen.

´Nee, lieverd daar is weinig kans op. Maar als het God het wil zal het gebeuren.´

´Zal de kerstman naar God luisteren als ik het aan hun beiden vraag?´

´Wie weet, het valt altijd te proberen.´

Volgens zijn moeder word alles door God bepaald. Elke zondag gaan ze naar de mis en kerstmis is een speciale gebeurtenis. Na het diner wachten ze altijd tot het twaalf uur ´s nachts is, dan is het pas officieel kerstmis. Daarna gaan ze altijd naar de kerk om de geboorte van Jezus te eren.   

 

Thuis is het stil. Van de twee broers en drie zussen van Pedro woont alleen nog zijn jongste zus Vanessa van zestien jaar thuis. Ze is vast met één van haar vriendinnen naar het kleine zwembadje op de hoek van de plaza gegaan. Ze aanbidden de zon en willen niets anders doen dan rond paraderen in hun bikini.  Pedro´s ouders werken allebei in het winkeltje met levensmiddelen dat ze op de plaza hebben. Het winkeltje is tot zeven uur ´s avonds open dus Pedro heeft alle tijd tot hij weer thuis moet zijn. In de koelkast liggen twee bocadillos voor hem klaar. Eén met ham en kaas en tomaat en de ander met pindakaas en jam. Zijn moeder maakt ze altijd onder luid protest klaar.

´Wat een rare combinaties bedenk je altijd,´ zegt ze dan. ´Waarom wil je niet gewoon rijst met kip zoals ieder ander?´

Maar Pedro heeft liever twee sandwiches die hij overal mee naartoe kan nemen als hij op avontuur gaat. Want dat is wat hij de meeste middagen doet, samen met klasgenoten of alleen zoals vandaag. De meesten uit zijn klas waren snel naar huis gegaan omdat ze op vakantie zouden gaan naar Roboré twintig minuten verderop of naar Santa Cruz, meestal om familie te bezoeken. Anderen hadden een lunch thuis op hen wachtten om het begin van de vakantie te vieren. Twee hele weken zouden ze vrij zijn.Dus loopt Pedro alleen het zandpad weer op en zet er flink de pas in terwijl hij aan zijn eerste bocadillo begint.

 

****

 

Lorenia kijkt naar de kinderen die vrolijk over het schoolplein rennen. Ze zou willen dat ze net zo blij was als hen om kerstvakantie te hebben maar dat is moeilijk als er niemand thuis op je wacht. Eerst was het een opluchting om Santa Cruz te verlaten. In het publieke schoolsysteem worden leraren verplaatst van school naar school al naar gelang het humeur van het ministerie van onderwijs. Lorenia wilde graag weg uit de stad en verlangde naar rust in haar hoofd, een dorp als Santiago klonk perfect. Er was toch niemand in Santa Cruz om haar daar te houden; haar beide broers woonden ver weg in Madrid en haar ouders waren omgekomen bij een auto ongeluk. Lorenia woonde nog alleen in het huis waar ze ooit met zijn vijven waren en de herinneringen dwaalden als kleine spookjes met haar mee door de lege kamers in het huis.

 

Nu was ze een jaar in Santiago. De rust en stilte waren eerst welkome gasten maar naar verloop van tijd begon de verveling toe te slaan. Lorenia las minimaal twee boeken per week, maakte alle dagen een lange wandeling en kookte bijna elke avond uitgebreid. Toch begon ze de stemmen van andere mensen te missen en ze was verbaasd hoe snel de eenzaamheid zich aan haar hart vastklampte en maar niet wilde loslaten ook al begon ze langzaamaan wat vrienden in het dorp te maken. Er was de bakker bij haar om de hoek van wie ze alle dagen brood kocht. Zijn zoontje zat bij haar in de klas en hij nodigde haar een paar keer uit om bij hem thuis te eten met zijn familie. Er was de eigenaar van het enige restaurant in het dorp; een Duitser met een dikke bos blonde krullen. Vaak dronk ze een glas wijn bij hem aan de bar en dan hadden ze intense politieke discussies.

Maar degene die haar echt even de eenzaamheid deed vergeten was natuurlijk Diego. Vanaf de eerste ouderavond dat hij langskwam met zijn vrouw om over hun dochter Isabella te praten viel ze als een blok voor hem. Hij had grote grove handen met veel eelt, een atletisch lichaam en staalblauwe ogen die op geen enkele manier pasten bij zijn koffiekleurige huid en zwarte haar. Op een avond stond hij voor haar deur, geheel onverwachts. Hij vroeg haar om advies over Isabella maar ze wist dat het een smoes was. Zeker een uur lang hielden ze hun toneelstuk vol maar toen stond hij op en zoende haar. Zij had niet het initiatief willen nemen, hij was getrouwd en het was zijn keuze. Maar voor ze het wist lag ze met Diego in bed en voelde ze zijn eeltige handen over haar lichaam gaan.

Maandenlang kwam Diego bijna elke week langs en soms zelfs een paar avonden achter elkaar. Ze praatten nooit veel maar Lorenia leerde elk plekje van zijn lichaam kennen en begon te wennen aan zijn eeltige handen. Ze voelde zich geborgen en veilig bij hem, de wereld buiten hun cocon leek zo ver weg en de herinneringen van haar familie plaagden haar veel minder. Diego vroeg nooit naar haar verleden en zij vroeg nooit naar zijn gezin. Lorenia dacht dat ook zij voor hem een onbewoond eiland was waar geen problemen bestonden en Diego zich geen zorgen hoefde te maken.

Maar de laatste weken was hij steeds minder vaak langsgekomen en ook al praatten ze altijd al weinig nu zei hij bijna helemaal niets meer tegen haar. De laatste paar keer kwam Diego binnen. Zonder iets te zeggen zoende hij haar en gooide haar op het bed. Het was snelle seks, niet eens gepassioneerd maar bezeten en bijna dierlijk. Daarna bleef hij een paar minuten hijgend bovenop haar liggen, stond op en vertrok weer zonder iets te zeggen.

Op de laatste avond dat ze hem zag keek hij haar nog één keer aan voordat hij vertrok.

Diego glimlachte, raakte even haar wang aan en zei: ´het spijt me maar ik moet het nog een keer proberen. Het is bijna kerst, ik wil graag van haar houden weet je.´

Lorenia knikte ook al snapte ze het niet en wilde ze tegen hem zeggen dat zij niet zonder hem kon, dat hij van haar moest houden en dat hij het met haar moest proberen. Maar ze zei niets.

Nu was ze weer net zo eenzaam als ervoor, misschien wel nog eenzamer omdat ze Diego´s lichaam miste. Ze miste hoe hij haar op haar voorhoofd kuste tijdens het vrijen, hoe hij haar in zijn armen hield als ze even in slaap vielen en de rust die over haar viel omdat ze niet alleen was.

 

Lorenia kijkt verlangend naar buiten en zou willen dat ze net zo blij en opgetogen is als haar leerlingen. Morgen moet ze terug naar Santa Cruz om haar ouderlijk huis te verkopen maar eigenlijk wil ze daar nog helemaal niet aan denken. Eerst maar eens wandelen denkt ze zoals altijd. Een goede wandeling werkt altijd verfrissend en verhelderend. Met een zucht van verlichting schopt ze haar zwarte hakken uit, doet haar roze sportschoenen aan en loopt vol goede moed het schoolplein op.

 

****

 

Binnen een half uur lopen komt Pedro aan bij zijn favoriete plek in de omgeving. Hij moet er een eindje voor lopen en een flinke heuvel opklimmen maar dat brengt hem bij verschillende diepe poelen met kraakhelder water die lijken uitgehouwen door mensen in het steen, zo perfect rond zijn ze. Het zijn er vijf en ze komen allemaal uiteindelijk bij elkaar in een klein watervalletje een paar meter onder Pedro. De poelen zijn niet makkelijk te vinden, je kan ze alleen zien als je ervan af weet want ze liggen verscholen onder oeroude palmbomen en Tajibos.

Pedro trekt snel zijn t-shirt uit en springt zonder angst in de diepe poel. Het water is ijskoud en even kan hij nauwelijks ademen maar dan slaat hij wild om zich heen om zijn hoofd boven water te houden en begint het bloed in zijn lichaam weer te stromen. Pedro´s favoriete activiteit is het erin springen en dus klimt hij wel tien keer uit de poel en rent naar een andere om er weer in te springen, een rondje te zwemmen en er weer uit te klimmen. Na een half uur van in de poel springen en eruit klimmen valt Pedro uitgeput neer op de warme stenen. Hongerig eet hij zijn tweede bocadillo op en gaat liggen om naar de strakblauwe lucht boven hem te kijken die hij kan zien door de bladeren van de boom waar hij onder ligt. Pedro sluit tevreden zijn ogen en luistert naar de geluiden van de jungle; de cucos, de vogels, ergens ver weg een paar apen en de wind die af en toe er doorheen blaast. Geen moment voelt hij zich alleen of eenzaam, de jungle en de waterval houden hem altijd gezelschap.

 

Als hij zijn ogen weer opent ziet Pedro een koraalslang de palmboom uit kronkelen. Het rood en wit van zijn schubben zijn scherp en de zwarte lijnen die het patroon uittekenen zijn van het allerzwartste dat Pedro ooit heeft gezien. De kop van de slang is diamantvormig en zonder angst kijkt Pedro toe hoe de slang zich neer vleit naast hem op de warme stenen. Hij steekt zijn hand uit naar de slang alsof hij de niet bestaande hand van de slang wil schudden. De slang heft zijn hoofd op en kronkelt zonder angst om de arm van Pedro. Zijn lange lijf strekt zich uit over Pedro´s arm en nek en de slang´s kop rust nu op de linkerschouder van Pedro.

´Wat is je naam?´ vraagt Pedro.

´Wat maakt het uit?Ik ben een slang, die hebben geen namen nodig. Wij herkennen elkaar aan onze schubben maar jullie mensen lijken allemaal zo erg op elkaar dat je wel een naam nodig hebt om onderscheid te maken. Ik ken jouw naam, Pedro Suarez.´

´Ik geloof er niets van, ik weet zeker dat slangen wel namen hebben. En als je mijn naam kent wil ik ook graag die van jou weten.´

´Wil je nou een discussie hebben over het bestaan van slangen namen? Het is veel belangrijker dat je weet dat ik hier ben om je wensen te vervullen. Het is bijna kerst en elk kind verdient dat één van zijn of haar wensen vervuld zal worden.´

Pedro kijkt de slang verbaasd aan. Sinds wanneer weten slangen iets over kerstmis? Hij had ze nog nooit gezien als hulpjes van de kerstman in een kerstfilm. Maar het maakte niets uit, Pedro kon zijn kans grijpen en om sneeuw vragen. Maar voordat hij dat had gezegd moest de slang lachen.

´Sneeuw? Meen je dat nou?!´

Het was raar om hem te zien lachen. De gele ogen waren niet meer dan spleetjes en de naaldvormige tong hing even slap uit zijn mond.

Pedro kijkt hem hulpeloos aan. ´Er is niets wat ik liever wil dan dat.´

´Je had om van alles kunnen vragen: videospelletjes, een goed boek of een nieuwe spijkerbroek. Zelfs een fiets had ik nog voor je kunnen regelen.´

´Ik heb niets van dat nodig,´ antwoordt Pedro.

´Okay maar dan had je me ook nog dingen over je familie kunnen vragen; gezondheid voor je moeder of een voetbalwedstrijd zien met je broers en vader bijvoorbeeld.´

´Mijn moeder is gezond en mijn vader verdient het niet eens. Hij kijkt toch nooit naar me om, dat wil ik ook niet eens meer.´

Het is even stil en de slang lijkt even triest te zijn over Pedro´s antwoord. Even lijkt hij iets te willen te zeggen maar hij besluit het niet te doen. Pedro weet wat de slang denkt; die arme jongen mist zijn vader. Dan heft de slang zijn hoofd op en trekt zich terug van Pedro´s rechterschouder over zijn nek terug naar zijn hand en dan de warme stenen. Het laatste wat hij zegt is: ´zo zal het dus zijn.´

 

****

 

Het was de dag voor kerst toen het gebeurde. Lorenia was op een date toen de politie haar belde. Jorge was aardig genoeg om haar naar het ziekenhuis te rijden maar het was meteen duidelijk dat een tweede date er niet meer in zat na dit nieuws. De dood kleefde nu aan haar en geen man wilde daar bij in de buurt komen. Het voelde waarschijnlijk voor hem alsof er een vloek rustte op zijn vermogen vrouwen een leuke avond te bezorgen, zo arrogant waren mannen nou eenmaal. Sindsdien had Lorenia geen geluk meer gehad met mannen.

´Een dronkaard heeft hen aangereden. Een jongen van nog geen zeventien jaar oud,´ zei de politieagent toen ze in het ziekenhuis aankwam.

Haar ouders lagen naast elkaar in ziekenhuisbedden. Ze kon alleen hun hoofden zien en afgezien van een diepe snee in het voorhoofd van haar moeder zou je zweren dat ze gewoon sliepen. Het enige waar Lorenia aan kon denken waren de ouders van die dronken jongen. Hoe zouden die zich nu voelen?

Ze huilde niet. Niet toen ze haar ouders daar zag liggen in het ziekenhuis of toen ze kerstmis in haar eentje vierde terwijl ze wachtte op haar broers die onderweg waren vanuit Spanje. Ze huilde niet toen ze de kisten de aarde in zag zakken en ook niet toen ze de eerste nacht alleen doorbracht in het grote huis. Tot op de dag van vandaag had ze nog steeds niet gehuild.

 

Lorenia´s favoriete uitzicht ligt drie kwartier omhoog klimmen. Boven op de berg staan een stuk of tien mysterieuze stenen pilaren. Niemand weet hoe en wanneer die daar terecht zijn gekomen. Ze zijn stuk voor een stuk wel tien tot vijftien meter lang en van een glinsterend grijs waardoor het leek alsof ze vol kleine diamantjes zaten als de zon erop scheen.

Vanaf dit punt kijk je uit over een zee van groene bomen, het zijn golven van licht-, donker-, vaal- en intens groen. Als je hier lang genoeg zit zie je vanzelf de rode en blauwe ruggen van papegaaien over de groene zee vliegen. Het is een plek waar het makkelijk is om in magie te geloven, de torenhoge pilaren lijken een grens te vormen tussen realiteit en droom.

Meestal is het hier doodstil. Alleen op feestdagen zijn er veel toeristen maar op een vrijdagmiddag als vandaag is er helemaal niemand. Behalve Lorenia en een ouder echtpaar zo´n vijftig meter verderop zijn er geen andere mensen. Lorenia staart naar het groene tapijt onder haar en rookt een paar sigaretten terwijl ze kleine slokjes drinkt uit een flacon gevuld met whiskey. De vredige omgeving en de stilte doet haar opeens besluiten dat ze morgen niet terug zal gaan naar Santa Cruz. Het lege huis zweeft als een nachtmerrie rond in haar gedachten. Ze wil daar niet meer heen en op wat voor manier kan zij nou de makelaar helpen om het huis verkocht te krijgen? Het is een opluchting dat te besluiten en op één of andere manier geeft het idee van wekenlang niets doen haar rust.

 

´Mag ik erbij komen zitten?´ hoort Lorenia achter zich vragen.

Ze kijkt op en ziet verbaasd een man achter haar staan. Ze knikt zonder er echt over na te denken en hem aan te kijken maar als hij naast haar zit ziet ze dat hij jong is. Dat verbergt hij onder lange bruine krullen die tot over zijn schouders vallen. Hij draagt een korte broek, een wit t-shirt en bruine bergschoenen.

´Waar kom je vandaan?´ vraagt Lorenia terwijl ze hem een sigaret en de flacon aanbiedt.

´Van daar,´ zegt hij grijnzend terwijl hij naar het pad achter hen wijst. Ze lachen even samen.

´Toerist?´ vraagt Lorenia en de man knikt.

´Argentijns. Ik ben op doorreis.´

Ze zeggen weinig terwijl ze de flacon en de sigaretten delen.

´Je bent niet echt een prater he?´ merkt de man op en Lorenia moet lachen.

´Er is een reden dat ik hier alleen zit mijn zorgen weg te drinken.´

Hij lacht nu ook.

´Soms hoor ik hele dagen mijn eigen stem niet eens,´ legt ze uit. ´Nou ja, alleen mijn leraressen stem dan. Maar dat niet hetzelfde als mijn eigen stem, daar zit een wereld van verschil tussen.´

´Voel je je weleens eenzaam?´ vraagt de man haar en ze knikt.

´Eigenlijk altijd de laatste tijd. Het is een klein dorp hier met weinig mensen en zoals je kunt zien heb ik niemand die op me wacht ook al is het bijna kerstmis.´

´Ik voel me nooit eenzaam en ik ben al een paar jaar alleen op reis,´ zegt hij.

´Moet ik me nu beschaamd voelen dat ik dat wel zo voel?´ vraagt Lorenia geȉrriteerd. ´Waarom voel je je niet eenzaam dan? Zeker veel vrienden onderweg?´

Hij schudt zijn hoofd. ´Niet al teveel, ik ben nogal een einzelgänger. Ik heb denk ik altijd genoeg aan mijn eigen gezelschap.´

Ze kijken een tijdje naar het groen onder zich en als de flacon leeg is haalt de man een trommeltje uit zijn rugzak waar boterhammen in zitten.

´Hoe heet je eigenlijk,´ vraagt Lorenia hem.

´Jesús.´

Ze schudden elkaar de hand en eten zwijgend de boterhammen op.

´Jij bent hier al vaker geweest maar het is mijn eerste keer hier. Geef je me een rondleiding?´ vraagt Jesús en Lorenia kijkt hem verbaasd aan.

´Er zijn alleen bomen en grote rotsen te zien.´

´Er is niets mooiers dan de natuur toch?´ antwoordt Jesús opgewekt.

Ze staan op en lopen in stilte rond. Lorenia weet niet precies wanneer het gebeurt maar op een gegeven moment houdt Jesús haar hand vast en zonder dat één van beiden er iets van zegt lopen ze hand in hand door. Jesús is een stuk knapper dan ze eerst dacht. Zijn lange haar glanst in de brandende zon, hij heeft ronde bruine ogen en een ferme neus. Als hij naar haar glimlacht ziet ze dat hij mooie rechte tanden heeft. Ergen diep in haar buik voelt Lorenia iets en ze vraagt zich verbaasd af of ze zich aangetrokken voelt tot deze man. Zijn hand in die van haar voelt fijn en misschien zelfs opwindend.

Maar dan ziet Jesús opeens iets wat zijn aandacht afleidt. Hij knielt neer in het gras en pakt iets op.

´Wat is dat?´ vraagt Lorenia en hij houdt zijn handen omhoog naar haar.

´Een vogeltje.´

We kijken er allebei verdrietig naar. Het vogeltje beweegt niet meer en ligt op zijn rug in de handen van Jesús. Zijn lange pootjes steken als stokjes in de lucht.

´Hij is dood,´ constateer ik verdrietig maar dan zie ik dat Jesús zijn ogen heeft gesloten en iets onverstaanbaars mompelt. Hij fronst even en lijkt zich heel hard te concentreren op iets.

Eerst zie ik het niet maar dan is het duidelijk; het vogeltje leeft nog of beter gezegd weer. Het heft zijn hoofd op en schudt even met zijn vleugeltjes voordat het luid kwetterend wegvliegt.

´Wow!´ roep ik lachend uit. ´Hoe kan dat nou?´

Jesús haalt zijn schouders op. ´Ik moet gaan,´ zegt hij dan. ´Maar eigenlijk wil ik langer blijven.´

Lorenia glimlacht een beetje aangeschoten naar hem. ´Oh ja waarom dan?´

´Vanwege jou natuurlijk. Ik weet niet of ik je nog een keer zal zien.´

´Ben je hier morgen nog? In het dorp bedoel ik?´ vraagt ze Jesús.  

hij knikt en zegt: ´Er is een kerstdiner in het Duitse restaurant, kom je ook?´

Lorenia haalde haar schouders op. ´Waarom niet, zoals ik al zei er is niemand die op me wacht.´

Niet geheel onverwacht buigt Jesús zich voorover en kust haar op de mond. Het is een lange kus en hun tongen draaien langzaam om elkaar. De kus smaakt naar brandy, sigaretten en misschien wel een vleugje sneeuw met kerst.

 

****

 

Als Pedro wakker wordt is het nog vroeg. Hij rilt even en beseft dan dat hij het koud heeft. Door het raam waait een koude wind naar binnen en snel checkt Pedro of het misschien sneeuwt maar jammer genoeg is het niet meer dan een ijskoude wind die vanuit de zuidpool komt. Pedro pakt een deken uit de kast en trekt zijn winter pyjama aan. Ook al is het geen sneeuw, Pedro valt tevreden in slaap. Op één of andere manier heeft hij het gevoel dat hij en de koraalslang samen hiervoor gezorgd hebben.

 

Maar tegen de tijd dat het twaalf uur ´s middags is en de wind is aangezwollen tot een storm die een klamme ijslaag op ieders armen achterlaat begint de magie van de koraalslang pas echt te werken. Iedereen in Santiago verwisselt zijn korte broek en t-shirt voor lange broeken en winterjassen.

´Ik kan het niet geloven, het is midden in de zomer,´ roept Pedro´s moeder uit.

´Het gaat vast sneeuwen,´ zegt Pedro maar zijn moeder lacht om hem en zijn vader hoort hem niet eens.

´We hebben geen tijd gehad om een kerstdiner voor te bereiden,´ zegt Pedro´s moeder tegen Pedro en zijn zus Gabriela aan het ontbijt. ´Daarom dachten we dat het een goed idee zou zijn om naar het restaurant te gaan vanavond. Het hele dorp zal er zijn.´

´Top!´ roept Gabriela uit en ze springt op. ´Ik ga een outfit uitzoeken.´

Pedro rolt met zijn ogen. Zijn zus´ enige doel is om de aandacht van jongens te trekken.

´Trek wel iets warms aan lieverd!´ roept Pedro´s moeder nog maar Gabriela hoort het al niet meer.

´Is het goed als ik naar de watervallen ga?´ vraagt Pedro aan zijn moeder maar die schudt haar hoofd.

´Daar ben je gister al de hele middag geweest en het is nu te koud. Jij gaat mij helpen om je favoriete chocoladetaart te maken en daarna gaan we kerstfilms op de TV kijken okay?´

Pedro knikt blij. Eigenlijk wil hij op zoek naar de koraalslang gaan bij de watervallen maar met het vooruitzicht van een chocoladetaart neemt hij genoegen met thuisblijven.

 

****

 

Tegen de tijd dat iedereen het restaurant heeft bereikt ligt er een laagje ijs op de straten. Het is het gesprek van de dag. Zo´n beetje iedereen die achtergebleven is in Santiago komt hier vanavond eten. Sommigen zitten alleen aan de bar maar de meesten zitten met de hele familie aan de lange houten tafels. Het restaurant is eigenlijk meer een schuur met een keuken er ingebouwd. Maar de houten tafels en stoelen, de kerstverlichting en de enorme kerstboom in de hoek met rode en blauwe kerstballen erin geeft iedereen een sjiek en feestelijk gevoel.

Lorenia zit alleen aan de bar en glimlacht beleefd naar andere gasten. Ze begint spijt te krijgen van haar beslissing hier alleen te komen. De eigenaar is natuurlijk vanavond erg druk en Jesús is nog niet komen opdagen en nu vraagt ze zich wat ze hier doet. Misschien had ze toch vandaag naar Santa Cruz moeten gaan. Ze had een vriendin kunnen bellen of naar een groot restaurant in het centrum kunnen gaan waar ze anoniem in haar eentje kan eten zonder dat het iemand opvalt.

Om twaalf uur zal het officieel kerstmis zijn en Lorenia kijkt nu al op tegen dat moment. Haar laatste gelukkige kerst voelt nu zo lang geleden. Haar broers waren er met hun families uit Spanje.  Ze waren met zijn twaalven en kookten de hele dag samen.  ´s Avonds  zaten ze urenlang aan tafel. Ze hadden bijna twaalf uur gemist maar kwamen er net op tijd achter om twee minuten voor middernacht. Haar vader had nog snel de champagne ontkurkt voordat de laatste seconden weg tikten.

Lorenia glimlacht bij de herinnering. Ze voelt nog steeds de warme armen van haar moeder die haar omhelsden en de lippen van haar vader die een klapzoen geeft op haar wang.

Diego loopt het restaurant binnen met zijn vrouw en kinderen. Lorenia zucht geïrriteerd, de avond is nu officieel een ramp. Diego´s vrouw zwaait opgewekt naar haar en Diego knikt alleen even minzaam naar haar. Ze voelt zich schuldig en tegelijkertijd afgewezen. Kan deze avond nog erger worden?

´Hoi, mevrouw Gonzalez,´ hoort Lorenia achter zich zeggen.

Als ze omkijkt ziet ze Pedro opgewekt naar haar opkijken. ´O, hoi Pedrin. Hoe gaat het?´

´Ik wenste sneeuw en kijk nu eens wat voor weer het is,´ zegt hij opgetogen en Lorenia moet lachen.

´Dat is waar, je hebt helemaal gelijk. De kerstman heeft in ieder geval gedeeltelijk naar je geluisterd.´

´Wilt u met ons mee eten mevrouw Gonzalez?´ vraagt de moeder van Pedro en ik kijk nog even om me heen op zoek naar Jesús maar dan knik ik opgelucht. Alles is beter dan alleen te moeten eten.

 

Wolfgang, de eigenaar van het restaurant, laat de drie varkens binnendragen. Ze zijn gevuld met groenten, saus en aardappelen en hebben een appel in de mond voor de extra smaak. Na de varkens komen de rijst, de yuca, de salade en drie verschillende taarten als dessert.

´Neem zoveel als je wilt!´ roept Wolfgang en als één hongerig beest staan de gasten op om hun borden te vullen. De gesprekken aan de tafels verstillen tot een zacht geroezemoes terwijl iedereen alle verschillende smaken in hun mond laat ronddraaien.

De ouders van Pedro zijn aardig en Pedro vertelt haar alles over zijn avonturen op het schoolplein en zijn wandelingen. Sommige dingen vertelt hij echter op een fluistertoon zoals over de koraalslang die hem sneeuw beloofde. Lorenia moet om hem glimlachen, hij is een jongetje met veel fantasie.

Maar om tien voor twaalf kan ze het niet meer aan en ze doet alsof ze naar de WC moet. Buiten is de lucht snijdend koud en Lorenia ritst snel haar jas dicht. Had ze maar een sjaal meegenomen maar die heeft ze niet eens. Wie heeft er nou een sjaal in de tropen?

Teleurgesteld staart ze naar de donkere wolken boven haar en steekt een sigaret op. Ze neemt nijdig een paar trekken van de sigaret. Het is nu een wet; ze is vervloekt als het om mannen gaat. Natuurlijk wordt ze betoverd op de dag voor kerst door iemand die letterlijk lijkt op Jezus en vogeltjes tot leven wekt en dan laat hij haar achter om nooit meer terug te keren.  Ze besluit dat ze niet langer kan wachten op iets wat niet zal gebeuren. ´Tijd om naar huis te gaan,´ zegt ze tegen zichzelf en gooit de sigaret op de grond.

Maar na tien stappen stopt Lorenia en kijkt omhoog naar de lucht. De donkere wolken lijken naar beneden te vallen in de nacht. Ze moet lachen als ze herkent wat het is.

´Sneeuw!´ roept ze uit en achter zich hoort ze alle gasten van het restaurant naar buiten rennen. Ergens ver weg hoort ze Pedro lachen en even vraagt Lorenia zich af of hij toch niet de waarheid sprak toen hij het over een koraalslang had. Misschien bestaat er toch zoiets als magie die slangen laten praten en sneeuw brengt naar de jungle. De vlokjes voelen koud en zacht tegelijk op haar voorhoofd en haar voeten veren op het rode zand dat zich vermengt met de witte sneeuw. Het is een bijzondere nacht denkt ze en achter haar hoort ze het knallen van het vuurwerk en mensen die elkaar Feliz Navidad toewensen.

 

´Hey,´ hoort Lorenia iemand zeggen als ze bij haar huis aankomt. Vanuit het donker komt iemand op haar af lopen. ´Sorry dat ik te laat ben.´

Het is Jesús die haar zoent en zijn armen om haar heen slaat. Hij draagt nog steeds dezelfde korte broek en bergschoenen. Lorenia  stelt hem geen vragen, ze kent hem nauwelijks.

´Het sneeuwt,´ zegt ze alleen maar en trekt hem mee naar binnen. ´Hoe weet jij nou waar ik woon?´

Ze vallen samen neer op de bank en Jesús zijn handen zijn overal op haar lichaam. Zijn handen zijn zacht en wit en zo anders dan die van Diego.

´Feliz navidad,´ fluistert hij in haar oren en Lorenia moet lachen. Het is toch niet zo een slechte kerst als dat ze gedacht had.

 

****

 

´Hoe gaat het verder?´ vroeg ik aan mijn man. ´Lorenia en Jesús? leefden ze nog lang en gelukkig.

´Verder dan dit gaat het verhaal niet,´ antwoordde mijn man eenvoudig.

´Dus was hij echt? Een man die in korte broek loopt als het sneeuwt? Of sneeuwde het niet echt?´

´De sneeuw kwam onverwacht dus waarom niet? En waarom zou het niet kunnen sneeuwen in Santiago? Er gebeuren raardere dingen in de wereld,´ antwoordde hij grijnzend.

Onze lichamen waren nog jong. We kenden elkaar nog maar een paar jaar en mijn lichaam had nog geen kinderen gebaard.

´Hij klinkt echt als Jezus, zoals hij een vogeltje tot leven wekte,´ zei ik nadenkend en mijn man grijnsde.

´Zie je wel, er is weinig nodig om in magie te geloven. Het enige wat je nodig hebt is een goed verhaal, vooral tijdens kerst.´