Weerzien

Mijn huid herinnert jou

Mijn ogen herkennen je

Mijn oren horen ze

fluisterend in mijn haar;

ritselende handen op weg

naar daar.

Ik zoen een vreemde op de wang,

ik schud een kennis de hand

Maar jou,

jou kan ik niet aanraken

Mijn lippen zijn jouw lippen

niet meer

Ik steek mijn hand uit

maar mijn vingertoppen weigeren vooruit

te strekken

Als gebogen zwaarden

plegen ze muiterij op mijn schip

dat ronddoolt op bekende wateren

Ik ruik je

zoals je ooit onder de lakens naast me lag

Jouw kuiltje tussen nek en schouders

was precies pas

Ik ruik je

maar ik kan je niet aanraken