Ik wil

Ik wil wegrennen maar ik blijf.

Ik wil mijn zinnen afmaken maar

dat doe ik niet.

Ik wil schreeuwen maar

er is alleen gefluister.

Ik wil blijven maar

ik weet niet hoe.

Ik wil van je houden

maar ik ben moe.

Ik wil wegkijken maar

ik doe het niet.

Ik wil je aankijken

maar ik zie je niet.

Ik wil stoppen

te doen alsof

maar ik durf het niet.