Cartagena Colombia

Op deze stad heeft tijd

geen grip.

In mosterdgele huizen leven de doden

met hun spoken,

de geesten

naast de levenden

die hen voor echt aannemen.

Hier vonden ooit

verboden liefdes elkaar.

Op houten balkons  verstopt in blauwe regen

kussen meisjes de doden

zonder te weten

dat zij ooit prinsen waren maar

lang vergeten.

 

Hier vonden ooit slaven

hun nieuwe eigenaar,

in de schaduw van stadswallen staan zijn

als koopwaar.

De huid overdekt

met zweepslagen.

Weten zij al

dat regeerders hen ooit deze stad

gaven?

 

De straten verbergen de

levend begravenen,

zij die verbrandden of zonken

zonder dat wij daar

aandacht aan schonken.

Anderen dansen op hun graven.

Op zondagmiddag

oefenen honkballers hun slagen.

Het dronken zweet vermengd

met dood gewaande slaven

net na aankomst in de haven.

 

Luxe hotels proberen hun

spoken te verbergen.

Hoewel niemand gelooft dat zij de

geschiedenis herbergen.

Lang vervlogen gehuil wordt

aangezien voor zachte muziek.

Een trouwpartij

wordt een moordpartij.

Piraten landen op de kust

maar deze stad is niet

te veroveren

ondanks al het piratengoud

en hun vermogen.

 

Zo leeft men hier

zonder notie van verleden

of heden.

Zonder de doden te vergeten

of te eren.

Van dag tot dag

van hitte naar regen.

De tijd draait in rondjes

als een zegen

of een vloek,

alsof geschiedenis nooit bestaan heeft.