Twijfel aan het leven

Haar hele leven vroeg ze het zich al af:

wat was de zin van het leven?

Ze schreef ooit in haar dagboek, tijdens een
slapeloze nacht vroeg in de ochtend toen het nog donker was

en de honden naar elkaar blaften alsof ze
elkaar net zo hard misten

als verloren geliefden, zo hard blaften ze.

´Ik wil kunnen vertrouwen op mezelf, ik ben
moe van het twijfelen aan mezelf.´

Toen ze het opschreef wist ze dat het waar was
maar een oplossing bestond niet,

er was meer nodig dan een paar geschreven
woorden op papier.

Want ze bleef twijfelen,

niet wetend welk pad te nemen.

Toch was ze gelukkig, er lag een zekere berusting
in het niet weten.

Een paar dagen later had ze een droom waarin ze alle antwoorden kreeg.

Er waren geen ziektes die jonge kinderen troffen, depressies bestonden niet en niemand vroeg zich af waar ze vandaan kwamen.

Zij wisten wat de zin van het leven was en vertelden haar erover.

Toen ze wakker werd was ze het antwoord
vergeten,

het lag op het puntje van haar lippen maar de
woorden kwijtgeraakt,

achtergelaten in de mist van de nacht, net
buiten haar bereik.

Toch lag er kracht in alles wat fout ging en ze wist één ding zeker;

het leven was een cirkel, het begin en eind
vormden samen een geheel

en alles wat daar tussen gebeurde was een
raadsel.